Opgravingen in de Koepelstraat;
Een blik in de middeleeuwse stadsgracht van Bergen op Zoom

( Marco Vermunt )

Aanleiding voor de opgraving
In oktober 1998 werd de voormalige servicewerkplaats van de firma Van Vliet, Koepelstraat nummer 77-83, tot de grond toe afgebroken. In opdracht van woningstichting Soomland startte de bouw van een sociaal pension.
Omdat het terrein deel uitmaakte van de historische binnenstad en er in de ondergrond nog resten uit het verleden verwacht werden die het bouwrijpmaken waarschijnlijk niet zouden overleven, stelde het bureau archeologie van de gemeente een klein onderzoek in. Ondanks de korte duur van de opgraving (4 graafdagen) konden belangrijke gegevens over de stadsgeschiedenis verzameld worden en kwam er een bijzondere vondst aan het licht.

Het gesloopte pand en zijn gebouwde omgeving zijn betrekkelijk jong.
De Koepelstraat dateert in eerste aanleg uit 1871, kort na de ontmanteling van de vestingwerken ter plaatse.
De bebouwing kwam in fasen tot stand. Op een nog onbebouwd terrein ter hoogte van de latere werkplaats werden in 1896 in opdracht van W. Dietvorst twee kleine arbeiderswoningen en een winkeltje gebouwd, geheel in stijl van de nog bestaande huizen in de straat. In 1968 bouwde de firma Van Vliet een onderhoudsloods achter de drie pandjes. Een jaar later gingen de panden tegen de vlakte om plaats te maken voor een magazijn met verkooppunt.

Veel interessanter is de voorgeschiedenis van het gebied van de Koepelstraat.
De straat bevindt zich namelijk voor een groot deel in het tracé van de middeleeuwse stadsomwalling.
Volgens de kaart van Jacob van Deventer, samengesteld omstreeks 1550, strekte de stadsmuur zich ongeveer langs de zuidelijke gevelwand van de straat uit en lag de gracht daar onmiddellijk naast, dus onder de voormalige werkplaats.
Het terrein bood de kans om de stadsgracht en de aanzet van de wal in detail te onderzoeken. In 1997 was dat al gebeurd aan de Kloosterstraat, waarbij onverwacht een oudere aarden wal werd gevonden uit de periode 1275-1300. De vraag was natuurlijk of ook hier resten van de vroegste stadsomwalling bewaard gebleven zouden zijn.

Een gunstige bijkomstigheid was nog, dat op deze plaats in 1597 het Belvedère bolwerk was gebouwd, waarbij de oudere gracht over een flinke lengte was gedempt. Sinds die tijd was het terrein niet meer vergraven, ook niet bij de grootschalige ingrepen aan de vesting door Menno van Coehoorn na 1700. Op veel andere plaatsen gebeurde dat wel, waardoor er van de middeleeuwse stadsomwalling relatief weinig meer overgebleven is. 

De stadsgracht
Op het 20 bij 30 meter grote terrein werd haaks op de straat een lange sleuf gegraven met de graafmachine, om op een eenvoudige manier een doorsnede van de gracht en de wal in beeld te krijgen.
Vanwege ruimtegebrek en instortingsgevaar moest dit in twee etappes gebeuren.

Boven verwachting werden de hellingen van de beide grachtkanten teruggevonden. De gracht bleek precies 22 meter breed te zijn geweest. Ondanks het feit dat de ondergrond van het terrein in 1896 flink omgewoeld was, onder ander voor de bouw van een keldertje, konden de grachttaluds tot een behoorlijke diepte gevolgd worden.
De hellinggraad bedroeg ongeveer 35 graden. De bodem van de gracht kon jammer genoeg niet bereikt worden, ook niet met grondboringen. We kunnen de diepte alleen schatten aan de hand van de hellinggraad en door te vergelijken met tekeningen uit de l7de eeuw.
Vermoed wordt dat de bodem op 4 1/2 meter onder het toenmalige loopoppervlak lag. Dat loopniveau lag destijds ongeveer 1 1/2 meter lager dan thans het geval is. Om de grachtbodem terug te vinden zou je nu dus minstens 6 meter diep moeten graven. Op het kleine perceel was dat onverantwoord.

Opvallend was dat de breedte van de gracht vrijwel overeenkwam met de breedte van de oudste aarden wal, zoals die in de Kloosterstraat werd opgegraven.
Gracht en stadswal samen waren 44 meter breed. Uit geschreven bronnen is bekend, dat de gracht op dit punt Capelvest of ook wel Peerdenvest genoemd werd.
De eerste naam was afgeleid van de Kapelmolen die in de buurt van de Johannesstraat stond, de tweede van het Peerdenkerkhof, de naam voor de buurt rond de Lindebaan.  Overigens was het vanwege de grote hoogteverschillen onmogelijk om permanent water in de Capelvest te laten. Zo werd zij door Van Deventer als een droge gracht afgebeeld.

In het begin van de 17de eeuw werden delen van de stadsgrachten dieper uitgegraven en gecompartimenteerd met dammen of ’beren’, waardoor het inlaten van water vergemakkelijkt werd.
Van een eventueel verdiepen is bij het opgegraven stuk echter niets gebleken.

 


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Naar de volgende pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl