De vorm van het kasteel
De meeste mensen zullen zich de vraag stellen hoe het kasteel er in het verleden heeft uitgezien.
Helaas geven de resultaten van de, boringen daar weinig antwoord op. We weten namelijk niet zeker of van de complete bebouwing de funderingen nog op hun plaats liggen, of dat er misschien een groot deel is weggebroken of als bouwpuin in de grachten terecht is gekomen.
Het is goed mogelijk dat alleen van de 
zwaarste en diepst gefundeerde onderdelen nog brokstukken aanwezig zijn.

Het vermoeden bestaat dat enkele boringen waarmee houtresten naar boven kwamen, gesitueerd waren in de gracht aan de noordflank van het kasteel.
Zolang er niet meer bekend is over de exacte vorm van het kasteel en de omliggende bebouwing, valt ook weinig te zeggen over zijn functie.
Borgvliet kan een rechthoekige uitleg hebben gehad, met zware hoektorens en muren waarbij het belangrijkste accent op verdediging lag. Maar het is ook mogelijk dat het een iets eenvoudiger woontoren met bijgebouwen was, waar verdediging een minder grote rol speelde dan het pronken met weelde. In het tweede geval moet het beoefenen van het landbouwbedrijf op en rondom de burcht ook van relatief grote betekenis zijn geweest.

Gezien de concentratie van de resten en andere (schriftelijke) aanwijzingen bestaat een lichte voorkeur om het kasteel van Borgvliet in oorsprong te reconstrueren als een forse versterkte woontoren of 'donjon' met enkele bijgebouwen, met een oppervlakte van tenminste 20 bij 30 meter, omgeven door een grachtenstelsel.
Een soortgelijk beeld geeft de Scheldekaart uit 1468.

Een gedegen onderzoek van de archiefbronnen die op het kasteel en zijn bewoners betrekking hebben, zal ongetwijfeld nog veel meer inzicht in zowel vorm als funktie kunnen verlenen.

Het kasteel heeft niet, zoals het dorp Borgvliet, op een uitloper van de Brabantse wal gestaan, maar in het laaggelegen polderland daar beneden.
In de verkoopakte van 1481, toen het kasteel verkocht werd aan Jan mette Lippen, werd het genoemd: 'de groote steenen huysinghe metten torren op den berch gestaen'.
Dit impliceert dat het kasteel op een kunstmatige verhoging stond, waarvan men zich echter niet al te veel moet voorstellen: waarschijnlijk een anderhalf tot twee meter hoog talud, dat opgeworpen was met zand uit de grachten.      
Het grachtenstelsel werd waarschijnlijk gevoed door de Molenbeek, een natuurlijke waterloop die vanuit het oosten richting Schelde stroomde en die vele Bergenaren nog kennen als de Kreek.
 


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Naar de volgende pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl