|
|
Het kasteel van Borgvliet;
Het "slikpaleis" onder de Plaat
( Marco Vermunt )
In januari 1993 voerde de
Stichting In den Scherminckel een onderzoek uit naar de ondergrondse resten van
het kasteel van Borgvliet.
De razendsnel oprukkende nieuwbouw op de Bergse Plaat deed vrezen dat wat er ook
van het verdwenen kasteel nog in de bodem verborgen zat, dit niet zo erg lang
meer voor archeologisch onderzoek bereikbaar zou zijn. En dat terwijl er nog
nooit enig serieus speurwerk ondernomen was naar het kasteel, dat toch een heel
belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Bergen op Zoom. Evenmin is
er ooit een afgerond historisch verhaal over verschenen.
Met een grondboor werd een groot
oppervlak systematisch afgetast, waarbij we ons de volgende vragen stelden:
hoeveel was er, na meer dan 4 eeuwen sinds het kasteel definitief verlaten werd,
nog over van de funderingen en over wat voor oppervlak en op welke diepte lagen
de resten ervan verspreid?
waar lag het kasteel?
In het verleden is wel eens geschreven dat de exacte plaats van het kasteel niet
bekend zou zijn.
Dat is tamelijk overdreven. Iedereen die in het bezit is van een lineaal, een
stadsplattegrond en een kopie van de kaart van Jacob van Deventer, kan bij
benadering de locatie aanwijzen.
In een recente publicatie staat het kasteelcomplex nauwkeurig gesitueerd. Het
lag 250 meter ten zuiden van het denkbeeldige punt waar de Borgvlietse dreef en
het Benedenbaantje op elkaar aansloten. Dat is waar vroeger het stadsriool (nu
waterafvoer van de Augustapolder) loosde op het badstrand, wat 'pootjebaden'
zo'n speciale charme gaf. Deze plaats lag dus buitendijks, op laag terrein net
onder de Brabantse Wal en stond tot de afsluiting van de Binnenschelde bloot aan
eb en vloed.
Een eerste poging in 1986 om de resten te traceren met een eenvoudige
handbediende grondboor had dan ook weinig succes, omdat op een diepte van meer
dan twee meter de boor zo door het grondwater werd vastgezogen, dat het twee
mensen slechts met grote moeite lukte om het ding weer uit de blubber te
trekken.
het booronderzoek
Nadat begonnen was met de aanleg van de Bergse Plaat werd de langgerekte lap
grond waar het kasteel ooit op gestaan had door de gemeente aangekocht van de
Stichting Brabants Landschap en al in een vroeg stadium opgehoogd met meer dan 1
meter zand.
Desondanks stond in 1993 het grondwater op minder dan 50 centimeter onder het
oppervlak. Met een mechanische schroefboorinstallatie werd een gebied van 80 bij
300 meter systematisch afgeboord (zie tek. 1).
De opbouw van de grondlagen werd, voor zover dat mogelijk was, opgetekend en
elke boorinhoud werd nagekeken op baksteenpuin en scherven.
Er werd in twee campagnes
gewerkt.
Eerst werden boorraaien (reeksen van boorgaten op één lijn) over de volle 300
meter uitgezet, met een afstand van ruim 15 meter tussen de boringen
afzonderlijk; daarna, toen de precieze kasteelplaats gevonden was, werd met een
iets fijnmaziger stelsel de verspreiding van de bouwresten in kaart gebracht.
Het onderzoek leerde ons dat er inderdaad volop resten van het kasteel in de
bodem bewaard gebleven waren en dat deze zich precies in het noordwestelijke
kwart bevonden van de rechthoek waarin Jacob van Deventer het kasteelterrein had
getekend (zie tek. 2).
Tijdens het boren kwam vrij veel
baksteenpuin naar boven, vergezeld van scherven en hier en daar halfverrot hout.
Dit materiaal lag verspreid over een oppervlakte van circa 20 bij 30 meter;
daarbuiten kwam bijna geen puin voor.
De diepte waarop de resten werden aangetroffen varieerde van 3,5 tot 4 meter
onder het maaiveld (dat is 2,25 tot 2,75 meter onder NAP).
Het puin werd bedekt door een laag zwarte slib, dat in de loop der eeuwen was
afgezet door eb en vloed. Daaronder bevond zich nog een laagje vette bruine
grond en niet veel dieper (4,50 meter onder het maaiveld) begon het ongeroerde
zand.
Op een paar plaatsen bleef de boor steken op vast muurwerk. Het verloop van
muren kon met de boor echter niet achterhaald worden: we weten eigenlijk niet
eens of het wel muren betrof die nog op hun plaats lagen of dat het ging om
omvergetrokken grote muurfragmenten.
Ten zuiden van de kasteelplaats werd over een groot oppervlak, op drie meter
diepte, een dikke laag veen aangeboord. Het kasteel lag destijds dus vlak bij
een veen (ontginnings) gebied, wat niet vreemd is, gelet op de naam 'oostmoer'
van deze voormalige polder.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||