De drinkbeker
De zogenaamde drinkbeker-op-voet is fragmentarisch bewaard en had oorspronkelijk een hoogte van ongeveer 18 centimeter.
De hoge kelk is van kleurloos glas, voorzien van verticale, in de vorm geblazen ribben.
Het onderste gedeelte heeft een getande band.
De hoge gewelfde voet is van helder lichtblauw glas en heeft verticale ribbels en een massieve, verdikte rand.
Op de voet zijn nog resten van verguldsel aanwezig.

De beide helften werden in een vorm geblazen en na het vergulden aan elkaar gesmolten.
Het glas is nauwelijks aangetast.
De beker wijkt in vorm en afwerking sterk af van het gangbare glaswerk in de vroege 17de eeuw.

Glas werd in de 15de en 16de eeuw voornamelijk betrokken uit Duitse ateliers, die potas (verbrand beuken en eiken) als grondstof gebruikten.
Dit glas was groen gekleurd.

In de 15de eeuw maakte men kennis met glaswerk uit Noord-Italië, dat van soda werd gemaakt en kleurloos was (’vitrum blanchum’).
De wisselwerking tussen noord en zuid en de toenemende migratie van Italianen naar de zuidelijke Nederlanden brachten de glasproductie op het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw naar het noorden.

Een belangrijk centrum werd Antwerpen, waar de oudste ateliers in 1537 vermeld werden.
Het daar (door Italianen) vervaardigde glas verschilde in kwaliteit en afwerking nauwelijks van het Venetiaanse cristallo.
Er werd glas gemaakt volgens italiaans model ofwel in de vormentaal van het Italiaanse, het zogenaamde ‘facon de Venise’ glaswerk.

In ons land startten de eerste glasovens in Middelburg (1581) en Amsterdam (1597).
Naast de meer gewone, vanuit het potasglas ontstane vormen, werden er vooral vanaf 1600 facon de Venise glazen geproduceerd. Daarbij werd zowel soda als potas gebruikt.
Onderzoek van Antwerps glas toonde aan dat er al vroeg lood als ontkleuringsmiddel werd toegepast, wat het moeilijk verkrijgbare soda deels overbodig maakte en het ideaal van elke glasblazer, het heldere cristallo, bereikbaar maakte.

De beker uit de Fortuijne is echter geen facon de Venise produkt.
Hierop wijst de afwerking en kwaliteit en het ontbreken van soortgelijke vormen in de facon-traditie benoorden de Alpen.
Het glas is zeer waarschijnlijk afkomstig uit Venetië zelf.

Hoewel Venetiaans glas af en toe in laatmiddeleeuwse afvalputten in onze streken gevonden wordt, bestaan er juist van dit type maar weinig voorbeelden.
De enig bekende exemplaren, veel groter van formaat, bevinden zich in musea in Londen, New York en Leningrad.
De twee bekende Londense exemplaren zijn maar liefst 42 cm hoog en versierd met goud, glasbolletjes en email.
Ze hebben de kenmerkende ojiefvormige kelk en zijn voorzien van een deksel.
Een van beide is waarschijnlijk in Murano gemaakt voor een Boheemse adellijke familie en draagt een Tsjechisch opschrift.

Deze Italiaanse bekers op voet worden gedateerd in de tweede helft van de 15de en de 16de eeuw.
De Bergse beker dateert vermoedelijk uit de periode rond 1500 en was dus op het moment van weggooien al een antiek en  zeldzaam stuk.

 


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Naar de volgende pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl