|
|
De Renaissance in Bergen op
Zoom;
Twee bijzondere vondsten uit een 17de eeuwse afvalput.
( Marco Vermunt )
De
periode van ‘depositie’ levert informatie op over de goederen die de
bewoners destijds in huis hadden en wat er tezelfdertijd - of hoogstens enkele
decennia eerder - in de handel verkrijgbaar was.
Zeer zelden worden voorwerpen in afvalputten en kuilen gevonden die op het
moment van weggooien al antiek waren.
Twee
van dergelijke vondsten, afkomstig uit een afvalkuil achter het pand
Blauwehandstraat 2, wil ik hier in het voetlicht plaatsen.
Het betreft een bijzondere majolica schotel en een zeldzame glazen beker. Beide
werden in 1994 gevonden tijdens de opgravingen op het terrein tussen de
Kettingstraat, Blauwehandstraat en Gouvernementsplein.
Op het voormalige achtererf van het huis ‘De Fortuijne’ (nu Kruidvat), werd
na de sloop van de supermarkt een wirwar van funderingen en sporen aangetroffen,
afkomstig van gebouwen die in de 14de en 15de eeuw langs de Vuilbeek hadden
gestaan en omstreeks het midden van de 16de eeuw weer verwijderd waren.
Een
van de latere sporen op het terrein bestond uit een grote ronde kuil met een
doorsnede van 2.60 meter, die tussen (en boven) de oudere funderingen was
aangelegd en als afvalput diende voor de bewoners van de Fortuijne.
De kuil was gevuld met beer (organisch afval) en kapot huisraad, daterend uit de
periode 1625-1650.
In vergelijking met andere vondstcomplexen uit die tijd was deze beerkuil heel
bijzonder van samenstelling.
De resten van de 313 voorwerpen die hij bevatte, waren nagenoeg allemaal bestemd
voor gebruik aan tafel of als sierobject.
Zo waren er meer dan 100 drinkbekers en kelkglazen en ruim 36 faience
plooischotels vertegenwoordigd, naast een flink aantal majolica schotels en rijk
versierde steengoed kannen.
Plooischotels werden vooral gebruikt om fruit op te serveren en staan vaak
afgebeeld op vele 17de eeuwse stillevens of genrestukken.
Het is interessant om te achterhalen wie het pand destijds bewoonden. Gelet op het afval, moet het wel een zeer rijke familie zijn geweest.
De
Fortuijne was vanaf 1617 in bezit van Johan de Bergaigne, afkomstig uit Heusden
en ontvanger van de ‘generale middelen’ (belastingen) in het Markiezaat.
In 1618 werd hij benoemd als schepen en in 1619 als burgemeester.
In de jaren 1620 en 1635 liet De Bergaigne werkzaamheden aan de Fortuijne
uitvoeren, waarvoor de stad hem subsidie verleende.
Hij overleed in 1652, maar het huis werd pas in 1690 door zijn weduwe Cornelia
doorverkocht.
Johan de Bergaigne is ook bekend als eigenaar (sinds 1624) van het ‘Kleine Hof
aan de Goudenbloemstraat, dat hij in de jaren 1629-1630 liet restaureren.
Bouwhistorisch onderzoek dat in 1994 in de Fortuijne werd uitgevoerd, toonde aan dat er veel van het vroeg-17de eeuwse pand bewaard was gebleven. De nog bestaande fraaie achtergevel met natuursteenblokken en vensterbogen is vrijwel identiek aan die van het Kleine Hof.
Tot
op heden is het helaas niet gelukt aan te tonen dat De Bergaignes daadwerkelijk
het huis bewoond hebben, of dat zij het verhuurden aan anderen.
Onzekerheid bestaat er ook ten aanzien van de precieze functie van de beerkuil.
Het vrijwel ontbreken van kapot kookgerei of dierlijke botten, overblijfselen
van de dagelijkse voedselbereiding, wijst op een gebruik als toilet.
Blijkbaar verdween alle afval en rommel die overbleef na een feestmaal of
drinkgelag in een put op het erf en bestond er een andere inpandige beerput
onder de keuken.
Het is echter ook mogelijk dat de kuil diende als een overstort bij het
periodiek leegmaken van een soortgelijke inpandige beerput, waarbij het afval
als mest werd verkocht.
Het regelmatig leegscheppen van de kuil en het feit dat er in de 19de eeuw nog
een nieuwe put doorheen was gegraven, waren er debet aan dat er uit de inhoud
weinig complete voorwerpen gereconstrueerd konden worden.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||