Potmakers en Geleybakkers in Bergen op Zoom

( Marco Vermunt )

Nieuw licht op een oud ambacht
Eeuwenlang was Bergen op Zoom een belangrijk centrum van aardewerkproductie en -export. Miljoenen stuks aardewerk werden vervaardigd en verhandeld. De bloei van deze industrie was te danken aan de uitstekende klei die rondom de stad te vinden was, de beschikbaarheid van brandstof en transportmogelijkheden over water.

De pottenbakkers produceerden uiteraard ook veel afval, in de vorm van voorwerpen die tijdens het bakken in de oven uit elkaar sprongen of scheurden. Veel hiervan verdween in afvalkuilen en putten.
Bestudering van deze resten is dan ook een van de speerpunten in het stadsarcheologische onderzoek van Bergen op Zoom. Tot op heden zijn er bij opgravingen in de binnenstad al 24 van dergelijke afvalkuilen van potmakers gevonden. Ook werden er resten van 5 verschillende ovens onderzocht en zelfs de overblijfselen van een compleet bedrijf, met oven, kleiputten en funderingen van draaischijven.

Tot voor kort was er maar weinig bekend over de oudste pottenbakkerijen.
Dat veranderde in 1997 toen onder het huis de "Sterre"in de Fortuinstraat, op een steenworp afstand van de Grote Markt, een grote hoeveelheid scherven en misbaksels gevonden werd, afkomstig van een pottebakkerij uit het midden van de 13de eeuw. Een grote kuil was volgestort met dikke lagen potscherven, vermengd met houtskool en verbrande leem van de oven, die vlakbij moet hebben gestaan.
Een verrassende vondst, die aantoont dat er al pottenbakkers aan het werk waren in een periode dat Bergen op Zoom nog maar net aan het uitgroeien was van nederzetting naar stad. Waarschijnlijk waren deze ambachtslieden uit Vlaanderen afkomstig, omdat het aardewerk dat zij al op de draaischijf maakten in vorm en afwerking nauw verwant was aan het potgoed dat in dezelfde tijd in Brugge vervaardigd werd.
Er werden vrijwel uitsluitend bolle kookpotten en kleine schenkkannetjes gemaakt, bijna allemaal van dezelfde vorm, wat er op wijst dat een belangrijk deel van de productie bedoeld was voor verkoop buiten de stad. Sommige kannen waren versierd met stempeltjes die met een radwieltje werden ingedrukt. Loodglazuur werd wel gebruikt maar in heel kleine hoeveelheden, als vlekjes op de halzen van de kannen.

De opgraving werpt een geheel nieuw licht op het onstaan van het Bergen op Zoomse aardewerk.
Onlangs werden ook vondsten bestudeerd, die eerder op andere plaatsen in de straat waren verzameld door amateurarcheologen. Hieruit blijkt nu dat er tezelfdertijd in de buurt tenminste nog twee andere pottenbakkerijen gevestigd waren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de huidige Fortuinstraat in de middeleeuwen "Potterstraat"werd genoemd.

In de 14de eeuw verdwenen de potmakers vanwege het grote brandgevaar uit de stadskern.
Vlak buiten de stadsmuren aan de haven ontstond een complete pottenbakkerswijk, die later de "Potteriekes" zou worden genoemd. Sinds 1435 beschikten de pottenbakkers over een eigen keure, die met name diende om de eigen productie veilig te stellen door het aantal concurrenten binnen de stad klein te houden.
Sinds de 17de eeuw nam het pottenbakkersambacht een hoge vlucht. Het aantal bedrijven steeg tot 22 en via de internationale handel belandde het aardewerk tot ver buiten Europa. Langzaam aan begon men ook elk voorwerp een eigen, goed herkenbare vorm te geven en vanaf 1798 werd het potwerk, dat inmiddels alom vermaard was, voorzien van een stempel.
De opkomst van het geėmailleerde metalen kookgerei was de genadeslag voor de Bergen op Zoomse aardewerkindustrie. Na enkele experimenten met kunstaardewerk en machinaal vervaardigde draineerbuizen kwam er een definitief einde aan de productie omstraaks 1940.

 


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl