|
|
De
stadswal
Uit kaartmateriaal was al bekend dat de Kloosterstraat in het tracé ligt van de
oudste cirkelvormige omwalling, waarvan nu alleen de Gevangenpoort nog over is.
Met de aanleg zou begonnen zijn omstreeks het jaar 1335 (3). De opgraving toonde
aan dat de oudste fase van de versterking ter plaatse heeft bestaan uit een
aarden wal met een breedte van ongeveer 22 meter en een oorspronkelijke hoogte
van ruim vier meter. Het toenmalige loopniveau lag aan de kant van de Sancta
Mariaschool meer dan drie meter onder het huidige straatpeil en aan de kant van
het Sint Josephplein ongeveer anderhalve meter. In de Middeleeuwen was de
helling van het terrein dus omgekeerd. Tussen het laagste punt en de omgeving
van de Bospoort bestond een hoogteverschil van zes meter (nu is dat nog maar
drie meter).
Dit gegeven is belangrijk bij het hoe en waarom van de stadswal. Het wallichaam was opgebouwd met zand dat vrij kwam bij het graven van de achtergelegen gracht. Het talud aan de stadszijde lag ongeveer in de rooilijn van de voormalige school; de andere zijde lag onder de achterplaats. Van de overgang naar de gracht kon helaas maar een klein stukje worden onderzocht: de grachtbodem lag buiten het opgravingsterrein. Uit oude prenten valt af te leiden dat de gracht een diepte van vier meter had. Overigens stond de gracht hier droog.
De walkanten waren verstevigd met leembrokken. Van de totale hoogte was alleen de onderste anderhalve meter bewaard gebleven. De oorspronkelijke hoogte en vorm zijn alleen maar te reconstrueren uit de breedte en de hellinggraad. In het midden van de wal werd een rij kuilen gevonden, waarin ooit palen waren gezet. Mogelijk gaat het om resten van een pallissade.
De
constructie van de omwalling
Wat is nu de betekenis van de aarden wal in relatie met hetgeen al bekend was
over de middeleeuwse versterking?
De stad was in de late Middeleeuwen omgeven door een cirkelvormige stenen muur,
voorzien van halfronde uitbouwen en een weergang en slechts onderbroken door de
vier poorten. In 1970 werden bij de Gevangenpoort resten van de fundering
gevonden. Deze bleek te bestaan uit rechthoekige kolommen waarop grondbogen
geslagen waren. De opgraving maakte duidelïjk dat aan de zuidoostzijde van de
stad de stenen muur op een aarden wal heeft gestaan. Omdat de bovenste 2 1/2
meter van de wal ontbreekt, is er helaas niets meer bewaard van de muur,
zelfs geen fundering. Toch zijn er indirect sporen van teruggevonden.
Kort
na 1588 werd de stadsomwalling van Bergen op Zoom aangepast aan het steeds
effectiever wordende kanonvuur. De bovenkanten van de muur werden gesloopt en
aan de buitenkant werd er grond tegen aan gebracht, met de bedoeling om de
inslagkracht van projectielen beter te kunnen smoren.
Valentijn en Barnardus Klotz maakten in de 17de eeuw fraaie tekeningen van de
toenmalige toestand. De opgegraven gracht was bijna geheel gevuld met een stort
van donkerbruine grond, vermengd met puin en afval. Dit materiaal bleek
afkomstig te zijn van de versteviging die op het einde van de 16de eeuw was
aangebracht. Tijdens het dempen van de gracht rond 1700 was het in de gracht
geschoven, tegelijk met het puin van de muur. De losse stenen in de gracht
hadden een formaat van gemiddeld 5 1/2x11x24 centimeter, zowat identiek aan de
bakstenen waaruit de Gevangenpoort is opgetrokken.
Omdat de nieuwe wal breder werd dan de oude en de gracht verder naar buiten kwam te liggen, is er aan de Kloosterstraat nog zoveel van de middeleeuwse toestand bewaard gebleven. Op veel andere plaatsen rondom de stad is dat niet het geval. De oude stadswal werd dus als het ware geconserveerd onder de 18de eeuwse vesting, tot aan de ontmanteling in 1869.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||