|
|
De
Potterstraat
Het bodemprofiel van de Potterstraat verschilde enorm van dat van de
I.ievevrouwestraat.
Hier waren de verschillende straatniveau's moeilijker van elkaar te
onderscheiden, omdat de grondlagen veel dunner waren. De oudste bestrating van
natuursteen werd evenwel ook in deze straat aangetroffen, op een diepte
van ongeveer een halve meter onder het huidige peil. Ze volgde dezelfde helling,
die deze straat ook nu nog heeft.
Ook hier was
er een kunstmatige ophoging van geel zand, alleen ontbraken de onderliggende
oudere leeflagen uit de dertiende eeuw. Slechts ter hoogte van de kruising
Molstraat-Zuidmolenstraat werd hiervan wat teruggevonden.
Het meest
opmerkelijke was de helling van het natuurlijke dekzand, die steeg van 5,30
meter in de I.ievevrouwestraat tot 8 meter zuidwaarts, over een lengte van amper
dertig meter en was dus veel steiler dan tegenwoordig.
Zo is duidelijk te zien dat de I.ievevrouwestraat aan de noordflank lag van een
flinke heuvelrug, die zich uitstrekte van de Zuidmolenstraat tot aan de
Fortuinstraat. Aan de bodemstructuur was te zien dat er ooit boven aan de
helling van de Potterstraat een dichte begroeiing van bomen en struiken is
geweest.
conclusies
Uit twee relatief 'eenvoudige' bodemprofielen van samen driehonderd meter lengte
is voor wat betreft de geschiedenis van Bergen op Zoom toch het een en ander af
te leiden.
In de periode dat er nog geen sprake was van een stedelijke kern, laat staan
enige bewoning van omvang (vóór 1200), was het gebied waar nu de
Lievevrouwestraat ligt onderdeel van een drassige, laaggelegen uitloper van het
tegenwoordige havengebied, ingeklemd tussen twee heuvels: het Mineurplein en
omgeving in het noorden en de heuvels van de Zuidmolenstraat en Lindebaan in het
zuiden.
Waar later de Lievevrouwestraat en de Moergrebstraat ontstonden lag in feite een
dal, waarin zelfs veengroei mogelijk was. Dit was vooral te danken aan de
leemlagen in het dekzand, die moeilijk water doorlieten.
Al vroeg in
de dertiende eeuw ontstond er een bewoningskern met de Grote Markt als centrum.
De westelijke rand hiervan lag in het midden van de Lievevrouwestraat; de
oostelijke aan de Blauwehandstraat.
Omdat er nergens in de rioolsleuven sporen van huizen of andere bouwsels
gevonden zijn, mag aangenomen worden dat de straat als zodanig wel bestond, maar
dan nog in de vorm van een zandpad dat naar de (latere) haven voerde.
De Potterstraat bestond echter nog niet.
Over de
bebouwing aan de Lievevrouwestraat in die vroege periode is (bij gebrek aan
archeologisch onderzoek) niets bekend. Bestudering van de Hofstadcijnzen leidt
tot de gevolgtrekking dat de noordkant van de straat het eerst bebouwd raakte en
de zuidzijde pas later.
Overigens werden er geen sporen gevonden van een door sommige schrijvers
gesuggereerde oudere aarden omwalling als voorloper van de stenen stadsmuur.
Gelet op de grote hoogteverschillen die er toen waren, kan zo'n aarden of houten
omwalling uit oogpunt van verdediging ook nauwelijks nut gehad hebben.
Aan het
begin van de veertiende eeuw had men blijkbaar behoefte aan drogere grond, zodat
het terrein aanzienlijk opgehoogd moest worden. Ook wilde men de bestaande
hoogteverschillen verminderen.
In feite werd het hele westelijke hoge deel van de binnenstad genivelleerd: de
dalen werden opgehoogd met het zand van de heuveltoppen.
Hoogstwaarschijnlijk
gebeurde dit in de Lievevrouwestraat tegelijk met de aanleg van de stenen
stadsmuur en de bouw van de Lievevrouwepoort omstreeks 1335.
Dit betekent trouwens wel dat de Gevangenpoort in de loop der eeuwen ruim een
meter onder het zand 'verdwenen' is! De onderste schietspleten in de ronde
torens, nu zo laag geplaatst dat je er gemakkelijk in kunt kijken, zaten in die
tijd veel hoger boven het maaiveld.
De
Lievevrouwestraat werd vervolgens voorzien van een keiendek en was dus (net als
de meeste straten in de middeleeuwse stad) allerminst een modderig, met mest
besmeurd zandpad, zoals wel eens voorgesteld wordt.
Tegelijkertijd werd de Potterstraat, althans het noordelijke stuk, aangelegd.
In 1342 heette de Fortuinstraat nog 'Oude Potterstrate', wat erop wijst dat de (Nieuwe)
Potterstraat toen nog vrij jong was. De Lievevrouwestraat, waarvan de oudste
archiefvermelding uit 1353 dateert, ontleende haar naam aan de Onze
Lievevrouwekapel die op de zuidelijke hoek tegenover de Gevangenpoort werd
gebouwd in de veertiende eeuw. Met zekerheid kan daarom gesteld worden dat de
straat vóór 1335 een andere, onbekende naam gehad moet hebben.
Zo wordt
duidelijk dat de huidige vorm van de beide straten ontstond in de veertiende
eeuw uit een dertiende eeuwse zandweg tussen de 'stads'kern en de havenkreek.
De rooilijnen kregen vorm door de perceleringen, respectievelijk aan de
noordkant van de Lievevrouwestraat (al vóór 1300), en aan de zuidkant (in de
loop van de veertiende eeuw, net als in de Potterstraat).
Latere veranderingen beperkten zich alleen nog maar tot de kwaliteit van het
wegdek: in de vijftiende of zestiende eeuw voldeden de keien blijkbaar niet meer
en werden ze in beide straten vervangen door bakstenen, wat ongetwijfeld
comfortabeler moet zijn geweest voor mens en dier.
noten
(1) M. Vermunt. Huidenmarkt-Nieuwe Markt- Vismarkt, Archeologische waarnemingen
op het Sint-Catharinaplein in Bergen op Zoom. De Waterschans 2-1992, 4-1992 en
1-1993. (2) M. Vermunt. Te Gast bij Sint-Maarten. Opgravingen bij het
Sint-Maartensgasthuis te Bergen op Zoom. Bergen op Zoom 1993, 19-21.(3) W.A.van
Ham. De Hofstadcijnzen te Bergen op Zoom. De Waterschans, 2-1985, 10-13. (4) Al
in de oudste stadsrekeningen, omstreeks 1400, staan onderhoudsposten voor de
stenen bestratingen vermeld. (5) W.A.van Ham. De middeleeuwse stadsplattegrond
van Bergen op Zoom. Studies uit Bergen op Zoom 2 (1977), 15-35.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||