|
|
Van modderpad tot
winkelstraat;
Archeologisch onderzoek tijdens de herinrichting van de Lievevrouwestraat en de
Potterstraat.
( Marco Vermunt )
Hoe
oud zijn de Lievevrouwestraat en de Potterstraat?
Deze vraag stond centraal tijdens de archeologische waarnemingen door de
gemeentelijk archeoloog bij de herinrichtingscampagne van beide straten tussen
juni en september 1994.
Toen ter plaatse de rioleringen vervangen werden, moesten diepe sleuven gegraven
worden. Juist op dat moment ontstond een unieke gelegenheid om de bodemlagen te
bestuderen en zo een uitspraak te doen over de ouderdom van deze straten, en
meer nog, van de hele zuidwesthoek van de binnenstad.
De
Lievevrouwestraat werd over haar volle lengte van 200 meter 'opengeritst' om
nieuwe betonnen rioolpijpen te installeren.
Tijdens dit werk werden op regelmatige afstanden de bodemlagen (het 'profiel')
gemeten, getekend en gefotografeerd. Dit gebeurde met instemming en medewerking
van de uitvoerder, de firma Heijmans.
Het bijzondere aan de rioolsleuf in de Lievevrouwestraat was het feit dat hij
aangelegd werd in 'ongeroerde grond' waarin alle lagen nog goed zichtbaar waren.
De oudere riolen en leidingen liepen namelijk aan weerszijden van de straat,
langs de stoepen.
In
de Potterstraat was dit niet het geval: hier werd het nieuwe leidingtracee dwars
door het oude gelegd, waardoor de grondlagen, zeker ten zuiden van bioscoop
Cinemactueel, grondig vergraven waren.
werkwijze
Om een goede langsdoorsnede van de Lievevrouwestraat te krijgen werden op
vijftig plaatsen tekeningen gemaakt van het bodemprofiel: steeds het
noordprofiel, dus met de neus in de richting van de Moeregrebstraat.
Deze tekeningen werden daarna op de tekentafel met elkaar verbonden en voorzien
van de juiste hoogtemaat. Uit elke laag werden zoveel mogelijk vondsten
verzameld (meestal aardewerk-scherven) om de ouderdom te bepalen.
Omdat de hele straat tweehonderd meter lang is, is dus gemiddeld om de vier
meter een tekening gemaakt.
Van
de Potterstraat werd maar een gedeelte in kaart gebracht, omdat er zo goed als
geen grondlagen meer te zien waren vanaf de kruising Molstraat-Zuidmolenstraat
tot aan de Bosstraat. Verder meten had daar geen enkele zin.
Het opgemeten langsprofiel bleef zo beperkt tot een lengte van ongeveer honderd
meter.
Om dergelijke enorm langgerekte tekeningen enigszins leesbaar te presenteren is
het noodzakelijk de schaalverdeling aan te passen. Afbeelding 1 en 2 zijn
hiervan het resultaat.
Let u dus op; de horizontale schaal is niet hetzelfde als de vertikale, anders
zou de tekening een breedte krijgen van 13 Waterschansen naast elkaar!
De
Lievevrouwestraat
Het bodemprofiel aan de Lievevrouwestraat
bleek verrassend duidelijk en rijk aan gegevens te zijn.
Onder de moderne rijbaan waren resten bewaard van drie oudere bestratingen, elk
gescheiden door zandlagen van wisselende dikte.
Meteen onder het moderne wegdek (asfalt op straatstenen) lag een vleilaag van 40
centimeter geel zand. Hieronder bevond zich een oudere bestrating die was
aangelegd in de vijftiende eeuw. Uit de talloze zichtbare reparaties mag je
afleiden dat dit wegdek enkele eeuwen in gebruik is geweest. Het werd gekenmerkt
door dezelfde glooiing als de straat nu nog heeft: stijgend van 6 meter boven
NAP bij de Gevangenpoort tot 7,75 meter tegenover de Potterstraat, en weer
dalend tot 7,10 meter bij de Fortuinstraat.
Onder dit wegdek werd de oudste stenen
bestrating van de l.ievevrouwestraat teruggevonden.
Die bestond uit witte breuksteen (uit België afkomstige natuursteen), vermengd
met vuursteenknollen en kiezels.
Een zelfde soort plaveisel was ook in 1991 gevonden, een halve meter onder de
Vismarkt. Ook dit wegdek vertoonde reparaties, vooral met stukjes rode baksteen.
De hoogteverschillen waren veel extremer dan bij de latere bestratingen: in de
buurt van de Gevangenpoort lag het diep (1 meter of meer onder het huidige peil)
en oostwaarts ondieper (60 centimeter). Ier hoogte van huisnummer 32 bevond zich
zelfs een opmerkelijk steil gedeelte.
Het straatwerk moet zijn aangelegd in de eerste helft van de veertiende eeuw en
heeft gefunctioneerd tot ver in de vijftiende eeuw.
Een van de verrassendste ontdekkingen
was het feit dat deze oudste stenen straat over de volle lengte was aangelegd op
een kunstmatige terreinophoging, bestaande uit. een dik zandpakket. Ooit is
hiervoor enorm veel zand door mensenhanden aangevoerd.
De ophoging bestond uit geel zand, waarin zo goed als geen scherven zaten.
Uit de structuur van dit zand valt af te leiden dat het moet zijn afgegraven van
een of meerdere heuvels in de direkte omgeving. B1ijkbaar was in die tijd een
ophoging van de bodem ter plaatse nodig vanwege wateroverlast.
Onder de zandophoging werd nog één
ouder niveau teruggevonden een dun laagje zand, vermengd met huisvuil, dat
dateerde uit de periode tussen 1275 en 1300.
In de hele westhelft van de straat was deze laag te zien. De bovenkant
ervan is een oud loopvlak geweest dat regelmatig overspoelde.
In de oostelijke helft van de straat bevond zich een soortgelijke laag, maar
deze lag wat hoger (en droger) en was ook beduidend ouder. De vondsten waren
hier veel talrijker en dateerden uit de periode tussen 1225 en 1300.
Onder alle straat- en zandlagen bevond
zich het natuurlijke onaangeroerde geelgekleurde dekzand.
De top van dit zand geeft een idee van het landschap uit de tijd dat de stad nog
niet bestond.
Bij de Gevangenpoort lag het op een diepte van 1,30 onder het huidig peil; het
steeg meer dan een meter tot aan de Potterstraat en daalde dan weer af naar de
Fortuinstraat.
Een andere
verrassing was de vondst van een met veen gevuld vennetje in een komvormige
uitholling ter hoogte van de Morganstraat. Het is tot nu toe het meest westelijk
gelegen veen dat in de binnenstad werd aangetroffen.
Vermoedelijk gaat het hier om een uitloper van een groter ven onder de
Moeregrebstraat, waar later de Grebbe doorheen is gegraven.
Aan het oude dekzand kon afgelezen worden, dat op de plaats waar nu de
westelijke straathelft is, nooit veel begroeiing is geweest. Waarschijnlijk was
het een terrein met een hoge grondwaterstand, dat regelmatig overstroomde.
De oostelijke helft lag hoger en was heuvelachtiger. Sporen van afgraving zijn
niet gevonden, wel aanwijzingen dat daar de bovenlaag in de loop der eeuwen ten
dele weggestoven is door de wind.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||