|
|
Een kijkje onder de Kiek;
Opgravingen van de vestingwerken “Kijk in de pot”.
( Marco Vermunt)
Kijk in de
Pot ligt als een groene long ingeklemd tussen de binnenstad en het overdadige
beton van de Scheldeboulevard en de Bergse Plaat.
Voor veel Bergenaren is het een waardevol stukje natuur, waar het goed wandelen
is, het liefst met een hond erbij.
Maar er bestaat ook een grote groep mensen die het als heilige grond lijkt te
beschouwen en bij het horen van de naam ’Kiek’ herinneringen oprakelen aan
schietoefeningen, rode vlaggen, kogels zoeken, scharrelen tussen de struiken en
de jaarlijkse concours hippique.
Voor hen heeft de Kiek geen geheimen meer.
Deze illusie
werd echter dit voorjaar wreed verstoord toen bij opgravingen de overblijfselen
van een 37 meter lange onderaardse gang, nog geen meter onder het gras verborgen,
tevoorschijn kwamen.
Wat was het en wat deed dat ding daar?
Om die vraag te beantwoorden moeten we teruggaan in de tijd en de feitelijke
geschiedenis van Kijk in de Pot nogmaals de revue laten passeren.
De
geschiedenis van Kijk in de Pot
Het gebied van Kijk in de Pot was tot het begin van de Tachtigjarige Oorlog een
heuvelachtig terrein buiten de stadswallen, dat Holwegenberg werd genoemd.
Het lag (en ligt nog) op de steilrand tussen het hoge zand en de lage polders
langs de Schelde, die nu gemarkeerd wordt door de rij van kogelvangers.
Wie vóór 1530 op deze rand stond, had een mooi uitzicht over de polders
Zuidland, Neerland en Borgvlieterland.
Daarachter stroomde de rivier en bij helder weer moeten tal van dorpjes en
gehuchten te zien geweest zijn, zoals Broeke, Kreke, Iersekeroord en
waarschijnlijk ook Reimerswaal.
Aan dit vredige tafereel kwam een einde in genoemd jaar, toen verwoestende
overstromingen het hele landschap in schorren en slikken veranderden.
Er is niet
zoveel bekend van de manier waarop het terrein van Kijk in de Pot werd gebruikt
tot omstreeks 1600.
In de ondergrond was volop klei aanwezig, dat door
plaatselijke pottenbakkers uitgedolven werd. Hiervan getuigen nog de diepe
kuilen die her en der in de grond waren uitgegraven en bij de opgravingen werden
teruggevonden.
Het noordelijke gedeelte van Kijk in de Pot vormde onderdeel van
de Zuidakker en diende als landbouwgrond.
Vanaf 1570
begon het stadsbestuur zich in te spannen om de middeleeuwse vesting aan te
passen aan de eisen van de tijd. De oudere omwalling werd versterkt met schansen
en bolwerken.
Om ook de onmiddellijke omgeving te beschermen werden vooruitgeschoven posten
ingericht.
In 1606 bouwde men een stenen verdedigingswerk, een redoute, op de rand van de
Holwegenberg ter plaatse van de meest zuidelijk gelegen kogelvanger.
De redoute
werd Kijk in de Pot genoemd, een naam die hoogstwaarschijnlijk is afgeleid van
de terreinomstandigheden. Vanuit de redoute keek men namelijk als een
pottenkijker over de steilrand in de laaggelegen schorren.
Denkt U overigens niet dat deze naam uniek is; er zijn nog meer Kieken in
Nederland, bijvoorbeeld in Nijmegen.
Vlak voor de belegering in 1622 werd de redoute door middel van een
retranchement verbonden met het Bossche bolwerk bij de Bospoort.
Dit retranchement bestond uit een lange aarden wal met enkele driehoekige
bastionpunten, geheel voorzien van een droge gracht. Dit maakte een flinke
ingreep in het bestaande landschap noodzakelijk. Eventuele oude
boerderijen en wegen verdwenen en het terrein werd geëgaliseerd, wat in feite
het einde van de Holwegenberg betekende.
Het zo tot stand gekomen verdedigingswerk heeft ruim 70 jaar gefunctioneerd,
overigens in een betrekkelijk rustige tijd.
In 1698
begon men onder leiding van Menno van Coehoorn aan de modernisering van de
vesting Bergen op Zoom. Omstreeks 1700-1701 kwam het geretrancheerde kamp Kijk
in de Pot gereed.
De oude gebastionneerde linie werd vervangen door een stelsel van drie enorme
lunetten, in feite hoog opgeworpen taartpunten van zand, die aan alle zijden
bekleed waren met stenen muren en aan de vijandelijke (zuidelijke) kant voorzien
waren van een doorlopende droge gracht of galerij en een breed glacis.
De 17de eeuwse redoute werd gesloopt en in plaats daarvan ontwierp Van Coehoorn
een rechthoekige redoute, onder aan de steilrand, om zo een beter strijkvuur
over de strandvlakte mogelijk te maken.
De lunetten
werden met de volgende namen aangeduid: van oost naar west ’Camus’,
’Rasant’ en ’Kijk in de Pot’.
Het redoute heette ’Op het Schor’ of ’Slikredoute’.
Vanuit lunet ’Kijk in de Pot’ liep een bedekte weg naar het noorden. Dit was
een weg die aan de westzijde voorzien was van een lage aarden wal zodat
transporten voor de vijand onzichtbaar konden plaatsvinden.
Het redoute Op het schor was geheel uit zand opgebouwd maar had wel aan drie
zijden natte grachten. Aan de zuidzijde was er een glacis, dat echter continu
blootstond aan het afkalvende vloedwater.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||