De Fortuijne

( Marco Vermunt )

Van diverse voorwerpen bestaat het sterke vermoeden dat ze in Bergen op Zoom gemaakt zijn.
Een schitterend voorbeeld is een schotel op voet, welke in 1994 tevoorschijn kwam uit een beerput, die in de periode 1600-1650 hoorde bij het huis "De Fortuijne", Blauwehandstraat 2. Het huis was eigendom van Johan de Bergaigne, burgemeester van de stad en werd hoogstwaarschijnlijk ook door hem en zijn familie bewoond. Hun hoge status en rijkdom blijkt uit het feit dat de meeste vondsten uit de afvalkuil bestonden uit luxe drinkglazen en Italiaanse plooischotels, pronkstukken voor op tafel.

De majolicaschotel, helaas verre van compleet, heeft een hoge opstaande rand, een bolle bodem en een lage gewelfde voet. Het model is een zogenaamde "crespina", die vooral in het Italiaanse Faenza gemaakt werd. De schotel is volledig met tin-glazuur bedekt en veelkleurig beschilderd. De spiegel toont de voorstelling van een staande vrouwenfiguur in een lang geplooid gewaad en overmantel. In haar linkerhand houdt zij een lange pauwenveer. Nog juist is een stukje van een rozenkrans te zien. 
Op de voorgrond zijn bloemen en planten weergegeven en op de achtergrond enkele huisjes en gebouwen met hoge torens. De vlag van de schotel is verdeeld in zes vakken en beschilderd met zogenaamde grotesken, van Italiaanse voorbeelden afgeleide gekrulde fantasiefiguren met mensenhoofden en dolfijnenkopjes.
De onderzijde van de schotel is beschilderd met bladranken en zespuntige sterren. Onder de voet van de schotel staat een groot monogram, dat helaas niet met zekerheid valt te ontcijferen.

De versiering op de schotel is in feite de vroegst bekende toepassing van Renaissance motieven in Bergen op Zoom.
Toch is de kwaliteit van de beschildering erg wisselend. De vrouwenfiguur is heel gedetailleerd uitgewerkt en doet denken aan afbeeldingen op Antwerpse majolica en soortgelijke taferelen op schotels uit het Italiaanse Montelupo. Maar de indeling van de zes vakken op de vlag van de schotel is juist weer heel onzorgvuldig en de techniek van de grotesken lijkt in de verste verte niet op Italiaanse majolica, hoewel de schilder wel een dergelijk voorbeeld bij de hand gehad zal hebben.
Ook de beschilderingen op de onderkant van de schotel is heel slordig.
Tot op heden is er geen vergelijkbaar exemplaar bekend. Het heeft er alle schijn van dat de schotel, die wat vorm en versiering in het begin van de 16de eeuw gedateerd kan worden, door een Bergen op Zoomse majolicabakker werd gemaakt en beschilderd.

Het voorwerp moet al langere tijd in het bezit van de Bergaignes geweest zijn, voor het sneuvelde.
Dat geld ook voor nog een andere vondst uit de kuil, een wel heel bijzonder Venetiaanse drinkbeker op voet, die dateert uit de vroege 16de eeuw.
De beker bestaat uit twee samengesmolten delen; een voet van donkerblauw glas en een kelk van kleurloos helder glas. De ribbels van de voet waren oorspronkelijk verguld. Deze beker- op- voet is ten noorden van de Alpen een zeldzaamheid. De enige twee vergelijkbare exemplaren, veel groter en met deksel, bevinden zich in het British Museum in Londen. Ze worden gedateerd in de tweede helft van de 15de tot de 16de eeuw.

De kleuren en schildertechniek van de crespinaschotel vinden we terug op de tientallen fragmenten van wat ooit een indrukwekkende veelkleurig beschilderde tegelvloer is geweest.
Ze kwamen tevoorschijn tussen de funderingen van een 17de eeuwse boerderij vlak buiten de stad, maar werden waarschijnlijk in die eeuw uitgebroken uit een nabijgelegen kasteel, dat door overstromingen in 1570 verlaten was en tot ruïne vervallen.
Veel tegels zijn aan de achterzijde genummerd zodat we weten dat er tenminste 85 waren. De voorstelling op het zwaar afgesleten tableau is helaas niet meer te reconstrueren. Zichtbaar zijn o.a. delen van een menselijk been, vogelklauwen, vleugels en een tekstband. De omkadering bestond uit een donkerrode lijst met bladranken en zogenaamde festoenen. Ook komen dolfijnenkopjes voor die erg veel lijken op die van de schotel.
De vloer dateert uit het begin van de 16de eeuw en zou evengoed Antwerps als Bergen op Zooms kunnen zijn.

Soliman de Grote

Een derde voorbeeld van vroege majolica is een kleine schotel met veelkleurige beschildering die in 1970 in de binnenstad gevonden werd.
In het midden is een portret van een man met tulband afgebeeld. Het is Soliman de Grote, de Ottomaanse sultan die in 1529 Wenen waagde aan te vallen. Het portret is gekopieerd van een houtsnede uit 1523.

De detaillering van de schotel lijkt sterk op de beroemde vroeg-16de eeuwse majolica uit het Italiaanse Deruta, ware het niet dat zowel de vorm als de kleisoort totaal anders zijn. Herkomst uit Bergen op Zoom of Antwerpen ligt meer voor de hand.

Bij opgravingen in de binnenstad werden in de afgelopen jaren nog meer majolicaschotels gevonden, die versierd zijn met mannenportretten of met bloempatronen.
Deze dateren uit het midden van de 16de eeuw maar wat techniek betreft lijken ze meer op de Noord-Nederlandse majolica dan op de hiervoor besproken voorwerpen.

Gelet op de datering echter, moeten ze nog in de zuidelijke Nederlanden gemaakt zijn. Want pas na 1560 vestigde de majolicabakkers zich in steden als Middelburg en noordelijker gelegen plaatsen, waar zij de basis legden voor het later zo vermaarde Delftse aardewerk.


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 17-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl