Vestingwerken onder de "Klassie"

(Marco Vermunt)

Op Plein 13, langs de Zuidoostsingel tegenover de achterzijde van het ABG, wordt binnenkort een nieuw kantongerecht gebouwd. Omdat ik op basis van oude kaarten vermoedde dat er resten van de vesting in de grond zaten, werden begin juni met de graafmachine een paar proefsleuven gegraven. Het was meteen raak: op een halve meter diepte kwam muurwerk tevoorschijn dat over een lengte van 43 meter gevolgd kon worden. De muur was 75 cm breed en opgebouwd van kleine bakstenen, aan de bovenzijde mooi afgewerkt met IJsselsteentjes. Het blijkt te gaan om de lunet "Zeeland" dat in 1701 werd gebouwd naar ontwerp van Menno van Coehoorn, als onderdeel van de enorme vestingwerken.

De vestinggordel bestond in hoofdzaak uit bastions, ravelijnen en lunetten. De lunetten maakten deel uit van de buitenring. Het waren V-vormige aarden wallen met een diepe (droge) 6 meter brede gracht aan de vijandelijke zijde. Het woord lunet betekent eigenlijk 'halve maan', dus geen V-vormig maar halfrond bouwwerk; de termen zijn echter op zeker moment door elkaar gebruikt. De gracht van een lunet werd aan beide kanten voorzien van een bakstenen keermuur om de achterliggende grond op zijn plaats te houden. Bij de opgraving van lunet Zeeland werd de buitenste muur van de gracht teruggevonden, met de bovenkant nog helemaal intact. Vermoedelijk reikte de muur nog twee meter diep in de grond, de bodem van de gracht werd althans niet aangetroffen. Aan de veldzijde van de muur bevond zich het "glacis": een langzaam afhellend terrein, waar een eventuele vijand gemakkelijk te beschieten zou zijn. Vandaar de naam Glacis voor het gebied van Plein 13. 

Op de vooruitspringende punt van lunet Zeeland maakte de muur een bocht; de rest van de lunetmuur moet nog onder het schoolgebouw liggen. De muur van de lunet zelf (de binnenste keerwand van de droge gracht dus) werd jammer genoeg niet meer gevonden. Er was alleen nog een puinspoor te zien. Waarschijnlijk is deze muur helemaal gesloopt bij de slechting in de 19de eeuw en hergebruikt als bouwmateriaal.
Ook een volgens de kaart aanwezige onderaardse gang, een tegenmijn-gang, is niet aangetroffen. Die moet gedeeltelijk onder het bouwterrein liggen. Vrijwel alle vestingwerken aan deze zijde van de stad hadden onderaardse gangen. Sommige zijn al eens gevonden: onder de Burgemeester Van Hasseltstraat, onder het kantoorgebouw "De Unie" naast het stadskantoor en onder het GGD-gebouw aan de Zuidoostsingel. De gang onder lunet Zeeland was wel de langste van allemaal.

Er is trouwens eerder al eens een ander lunet opgegraven. In 1993 kwam er een stuk van lunet "Boerenverdriet" tevoorschijn aan de Rijtuigweg, bij de bouw van kantoren. Daar was wel de binnenste keermuur bewaard gebleven. 

Lunet Zeeland was het eerste stukje vesting dat in 1747 door de Franse belegeraars werd ingenomen, namelijk op 15 augustus, een  maand voor de eigenlijke inname van de stad. Het was samen met zeven andere lunetten ook een van de eerste delen van de vesting die in de 19de eeuw ontmanteld werden. Door bezuinigingen en plannen voor vereenvoudiging sneuvelden deze buitenwerken in de jaren 1852-1853.

De Rijksgebouwendienst, de opdrachtgever van het kantongerecht, gaat kijken of de gevonden muur ingepast en gevisualiseerd kan worden in het bouwplan. De kans is niet groot omdat ter plaatse een vijver moet komen. Er wordt in elk geval wel naar gestreefd om het onderste gedeelte van de muur intact te laten als historisch relict.


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl