Voor de vervaardiging van muntgewichten gaf de muntgewichtmaker een geelgieter opdracht tot de vervaardiging van kleine messing blokjes. De muntgewichtmaker werkte vervolgens de ruwe blokjes bij en bracht ze op het juiste gewicht. Nadat de muntgewichten op gewicht waren gebracht, werd ieder muntgewicht voorzien van een ingeslagen afbeelding op de voorzijde. Op de achterzïjde van het muntgewicht sloeg de muntgewichtmaker een merkje in met zijn eigen initialen, zodat iedereen kon zien dat hij dat muntgewicht had gemaakt.

De afbeeldingen op de muntgewichten worden vrijwel altijd afgeleid van de muntbeeldenaars van de betreffende munt. De blokbeeldenaar kan zowel afgeleid zïjn van de voor- als keerzïjde van de muntbeeldenaar. Wel is het zo dat voor één munt er muntgewichten gemaakt kunnen zijn met verschillende blokbeeldenaars.
Op sommige muntgewichten is in de blokbeeldenaar een jaartal op genomen. Dit jaartal zegt, in tegenstelling tot het jaartal wat soms boven het makersmerk staat, niets over het jaar waarin het muntgewicht gemaakt is. Een jaartal op de blokbeeldenaar geeft alleen maar aan dat het jaartal op de muntbeeldenaar een prominente plaats inneemt.
Na een aantal jaren werd het jaartal op de blokbeeldenaar aangepast. Zelf heb ik een muntgewicht gevonden voor het wegen van een Hollandse dukaat met het jaartal 1750.

De keerzijde van het muntgewicht werd vrijwel altijd voorzien van een makersmerk. De gewoonte om op de achterzijde van het muntgewicht een makersmerk aan te brengen is afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. Er bestond daar een vast merkenpatroon, waardoor bijna van ieder makersmerk is vast te stellen uit welke stad het komt. Dit werd gedaan door in het makersmerk het wapen van de stad op te nemen of een ander symbool dat naar de stad verwijst.

Bij muntgewichten uit Antwerpen is bijvoorbeeld in het makersmerk een hand opgenomen. Dit is later overgenomen door Middelburg door boven het provinciaal wapen een klein burchtje te slaan. In de Noordelijke Nederlanden werd dit veel minder gedaan, wat blijkt uit bïjvoorbeeld de in Amsterdam vervaardigde muntgewichten. Hiervan bezit slechts 20 procent een makersmerk dat gebruik maakt van het stadswapen.

Diverse muntgewichtmakers hebben meer dan één makersmerk gehad, hetgeen soms te maken had met het verhuizen var de muntgewichtmaker naar een andere stad zoals het geval is met Isaac Deelen. Deze muntgewichtmaker werkte vanaf 1585 tot ca. 1620 in Middelburg, waarna hij naar Rotterdam verhuisde en daar vanaf 1620 tot ca. 1651 werkzaam was. In Middelburg voerde Isaac Deelen een makersmerk met daarop het provinciaal wapen van Zeeland geflankeerd door de letters I en D, en daarboven een burchtje. In Rotterdam had hij een makersmerk met daarop een hoorn met daaronder de letters I D. In het makersmerk werden ook wel eens kleine veranderingen aangebracht als het stempel door slijtage aan vervanging toe was.

Heel soms bezit een muntgewicht wel een aanduiding voor de stad waar hij vervaardigd is, maar geen initialen van de maker. Zo heb ik ooit een muntgewicht gevonden voor het wegen van een 1/2 rozennobe1 met als makersmerk het handje van Antwerpen met daarboven een rijksappel geflankeerd door twee puntcirkels in plaats van de initialen van de maker.

 


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl