|
|
Opgraving achter
schotland.
(Marco Vermunt)
Geen lakenvolderij, zoals nog bij het
voorlopig onderzoek werd gesuggereerd, maar wel degelijk een leerlooierij was
het, waarvan achter het pand Schotland de resten werden opgegraven. Inmiddels is
de opgraving klaar en is in grote lijnen de bewoningsgeschiedenis van de locatie
duidelijk geworden.
Niet één, maar twee bouwfasen kunnen
worden onderscheiden in de eerder opgegraven funderingen en de grote ronde
gemetselde bakken achter het voormalig bankgebouw. 
In de eerste helft van de 15de eeuw was
hier de leerlooierij van Cornelis Tabbaert gevestigd. In 1468 leverde deze op de
Bergse jaarmarkt een partij leer aan enkele mannen uit Duivenland.
Het proces van leerlooien is eeuwenlang ongewijzigd gebleven. De huiden werden
gesneden, ontvet, onthaard en voorbehandeld (“gelaafd”) in een kleine kuip,
gevuld met water en gemalen eikenschors (“run”). Na enkele weken werden ze
overgebracht naar een grote kuip. Hier kwamen de huiden in stapels in te liggen,
steeds met een laagje run ertussen. De kuip werd vervolgens met water gevuld en
de huiden verzwaard met keien om drijven te voorkomen.
Het hele looiproces kon een jaar in beslag nemen.
Wat
in de eerste fase van de opgraving niet gevonden werd, kwam op het einde alsnog
tevoorschijn: een kuil, gevuld met een groot aantal runder- en geitenhorens. Dit
waren de afvalproducten van de looierij, waar de dierenhuiden met de schedel er
nog aan binnengebracht werden. De kuil lag vlak bij de Koevoetstraat.
In
de tweede fase van de opgraving zijn ook funderingen van een 14de eeuwse woning
aan de Koevoetstraat aan het licht gekomen. Het was een rechthoekig houten huis
op een bakstenen fundering. Later in de 14de eeuw, waarschijnlijk bij de
stadsbrand van 1397, ging het huis in vlammen op.
Tussen de verbrandingsresten ( hout en leem van de oorspronkelijke wandafwerking
) bevonden zich enkele kookpotten, die vermoedelijk op een rijtje langs de muur
hadden gestaan. Na de brand volgde herbouw, maar later in de 15de eeuw werd ook
dit huis afgebroken en vervangen door iets nieuws, vermoedelijk een achterhuis
met stal, behorend bij Schotland.
De bouwsporen uit de late 15de en 16de eeuw zijn nog te onsamenhangend en slecht
bewaard om er een duidelijke vorm in te herkennen. Er zijn overigens op het hele
terrein bijzonder weinig sporen uit de tijd na 1500 bewaard gebleven.
Een
grote verrassing was de vondst, halverwege het erf, van een anderhalve meter
diep ven uit de voorstedelijke periode. Aan de rand van het ven werd een
Romeinse munt gevonden. In de 12de eeuw heeft men geprobeerd het ven te
ontwateren door er ondiepe greppels langs te graven.
In de 13de eeuw werd het ven gedempt met humushoudende grond. Vervolgens is op
het geëgaliseerde terrein een tijd lang akkerbouw gepleegd. Dit is een
aanwijzing dat de 13de eeuwse stad nog bescheiden van omvang was. De
Koevoetstraat bestond nog niet. Een noord-zuid gerichte sloot vormde de grens
tussen de akker en de al eerder opgegraven sporen van bebouwing uit de 13de eeuw.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||