|
|
De opgraving Rode Toren
(Marco Vermunt)
Op 10 augustus kwam een eind aan de opgraving,
die de mooie code RTO (Rode Toren) kreeg.
In de vorige nieuwsbrief las u al een stukje over dit onderzoek.
Wat zijn nu de belangrijkste resultaten?
Allereerst zijn er sporen van een 13de eeuwse verkaveling gevonden, die het
terrein in smalle percelen van gemiddeld 5 meter verdeelde. Of dit de
oorspronkelijke kavels zijn, of dat bredere percelen later opgedeeld zijn in
smallere, valt nu nog niet te zeggen. Eerst moeten alle vondsten onderzocht
worden.
Helaas zijn er geen sporen van voorstedelijke bewoning, wel twee Romeinse munten
(het totaal is nu 9). De oudste sporen zijn kuilen, waarin leem werd gewonnen.
Ze zijn vroeg 13de eeuws.
Ook bijzonder schaars waren ditmaal de resten
uit de 14de eeuw.
Enerzijds is dit te verklaren door het feit, dat we achter de eigenlijke huizen
aan de Oude Kerkhofstraat groeven en er destijds nog grote open achtererven
waren; anderzijds is door het 15de en 16de eeuwse bouwgeweld veel ouder
materiaal vernietigd. Een mooie vondst is een waterput achter Parade 16, die op
grond van de gebruikte "moppen"(30x14x7,5) 13de of vroeg 14de eeuws
moet zijn.
Deze put was in de 15de eeuw gebruikt als een soort overstort voor een
naastgelegen beerkelder, via een gemetselde schacht. Het gevolg was dat we door
een enorm pakket van beer, afval en puin moesten graven voor de onderkant van de
waterput werd gevonden. Zo ontstond een gevecht tegen het opborrelende
grondwater.
Helaas was de 15de eeuwse stort diep in de put gedrongen, zelfs tot ver onder de
grondwaterspiegel. Het lukte dus niet om de zo begeerde oorspronkelijke vulling
van de waterput terug te vinden. Wel konden stukken van het karrenwiel, waarop
de put was gemetseld, voor jaarringenonderzoek verzameld worden. Na deze
halsbrekende toer werd aanvankelijk besloten om de volgende dag met scheppen en
eventuele pomp verder te gaan.
De wolkbreuk van 9 augustus maakte echter aan
alle pret een einde, want de volgende dag was de hele put tot aan de rand toe
gevuld.
Bij gebrek aan deskundige onderwaterarcheologen is toen besloten om het project
af te sluiten, niet voordat er een eerbiedig offer aan de put gegeven was:
scherven, een moderne aansteker, wat kleingeld en oude sleutels.
Toekomstige archeologen moeten ook wat te doen hebben.
De resten uit de 15de en 16de eeuw waren in dit
project het talrijkst.
Ter plaatse van de twee huidige panden stonden tenminste 4 huizen, die op enig
moment de namen droegen van "Schotland", "Rode Toren",
"Vergulde Arend" en "Drink-al-Uit".
Wie zich verdiept in de archiefbronnen, merkt echter al snel dat hier meer aan
de hand was: de namen van de huizen wisselen en soms duikt ineens een andere
naam op, zoals "Houttuin". Het zal niet gemakkelijk worden om de
archeologische kennis te koppelen aan de historische, ook al omdat veel van de
middeleeuwse kelders inmiddels verdwenen zijn.
In de opgraving werden 4 gemetselde 15de eeuwse
beerkelders gevonden en 5 gegraven beerputten.
Ze leverden vondsten op, die getuigen van een meer dan doorsnee sociale status.
De Oude Kerkhofstraat werd blijkbaar bewoond door de sociale bovenklasse.
De beerkelder van het huis "Drink-al-Uit"
was heel bijzonder, niet alleen vanwege de vondsten maar ook door de
constructie.
Eerder noemde ik al de schacht en de overstort naar de waterput. Deze werden in
de vroege 15de eeuw gemaakt.
In de latere 15de eeuw werd de beerkelder verbouwd en kreeg een opening met
rondboog in een van de wanden. Aan de buitenkant was ooit een heel diep gat
gegraven van waaruit de put kon worden geleegd. Dit soort maatregelen was nodig
als de put moeilijk van bovenaf bereikbaar was, bijvoorbeeld als er een
achterhuis boven stond. Eerder vonden we dit verschijnsel op het
Gouvernementsplein.
De kelder was periodiek geleegd, waarbij de
scherven werden begraven in een grote kuil ernaast, die uit tenminste 3 lagen
bestond.
De opmerkelijkste vondsten zijn een pelgrimskraal van git (een zogenaamde
azabache) uit Santiago de Compostela, een koperen reliekhouder met twee lapjes
textiel, een aardewerken potje uit Spanje of Portugal en een serie van
pijpaarden Jezus en Maria-beeldjes.
De eerste naspeuringen in de archieven leren dat
hier in de late 15de eeuw een priester van de Gertrudiskerk woonde.
In de 16de eeuw woonde er een kanunnik.
De beerkelder zelf bevatte nog een dunne
afvallaag uit de eerste helft van de 16de eeuw.
Hierin kwam onder meer een complete prachtige majolica albarello
(apothekerspot), mogelijk van Bergse makelei. De hele inhoud van de put is door
de zeef gehaald, wat de nodige spelden, kralen en stukjes glas opleverde.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmastervanderkallen@home.nl |
||