|
|
Glas lijmen met de gewone plasticlijm die ook
voor aardewerk wordt gebruikt, gaat niet.
Alleen kleine bekers van redelijk dik glas kunnen hiermee worden gelijmd, verder
is de lijm gewoon te dik en laat ze los van het breukvlak (de hechting is te
zwak).
Een veelbelovend wondermiddel leek aanvankelijk de secondelijm ofwel
cyano-acrylaatlijm: je houdt de breuken tegen elkaar, een druppeltje lijm
ertegen en door de capillaire werking trekt het tussen de breukvlakken....voila,
in enkele minuten heb je, mits vast van hand en met goede ogen, het hele glas
gelijmd. Probleem is echter dat ook de breukvlakken van archeologisch glas vaak
een irisatielaagje hebben, dus laat de lijm alsnog los. Dit heeft men willen
ondervangen door voor te behandelen met paraloid, maar dat veroorzaakt weer een
kunststof vliesje op de breuk en dus geen perfect passend geheel meer.
Maar er is een veel groter probleem: cyano-acrylaat is niet stabiel. Door
bepaalde chemische veranderingen of temperatuurwisselingen kan het ineens
losspringen van het glas. Een museumstuk dat plotseling uiteenvalt is een ramp.
Ervaring leert dat glas het beste gelijmd kan
worden met epoxy-lijm, op basis van twee componenten.
Een bekend merk is "araldite", in feite een soort kunststof. Nadelen
zijn echter de lange hardingstijd (een dag of vier bij kamertemperatuur) en de
vergeling van de lijm na jaren. Vooral bij kleurloos glas is dat laatste een
probleem. Gelukkig is er sinds enige jaren een nieuwe soort araldite, die niet
vergeelt. Deze wordt momenteel op het depot, op advies van deskundige
restaurateurs, gebruikt.
Behalve stalen zenuwen, engelengeduld, een zeker
soort fanatisme, scherpe ogen en (eigenlijk) een afzuigsysteem, is het heel
belangrijk en tegelijk ook heel moeilijk om schoon te werken. Iedere vlek of
druppel gemorste lijm zie je op glas en eenmaal uitgehard is dat nauwelijks meer
te verwijderen.
De lange uithardtijd is een ramp want gelijmde stukken zullen de neiging hebben
om in te zakken of te vervormen na dagenlang drogen. Dit is op te vangen met en
zandbakje en dan maar stukje voor stukje lijmen, maar dan komt weer het risico
van fouten om de hoek kijken. Als je in het begin een stukje niet perfect (dus
verkeerd) lijmt, wreekt zich dat op het einde. En epoxy-lijm is niet oplosbaar,
dus correcties kun je vergeten.
Duitse 'gründliche' restaurateurs hebben nu een methode bedacht waarbij ze de
glasscherven aan elkaar lijmen met kleine verzilverde koperen beugeltjes, die
met druppeltjes secondenlijm dwars over de breukvlakken op het glas worden
bevestigd. Daarna wordt met een dunne naald araldite op het breukvlak
aangebracht, dat zich door capillaire werking verdeelt. Na het drogen breken ze
de beugeltjes met een tang af, waarbij ook de secondenlijm te verwijderen
schijnt te zijn. Een redelijk formaat glas op die manier laten lijmen kost
ongeveer tien mille, met name vanwege de vele arbeidsuren.
Op het depot zijn we dus zelf maar aan de slag
gegaan.
Er zijn van de opgraving in de Hoogstraat (huis Delft) enkele heel mooie glazen
voorwerpen, maar ook van een vroeg- 17de eeuwse afvalkuil achter
Steenbergsestraat 27. Hiervan willen we natuurlijk graag iets laten zien.
De tot nu toe beste manier van lijmen is
proefondervindelijk (en met Duitse inspiratie) de volgende.
De scherven worden, indien ze redelijk van kwaliteit zijn, niet voorbehandeld.
Als er wel irisatie is, kan het breukvlak met een scalpel lichtjes ontdaan
worden van de ergste schilfers.
Van tevoren wordt een schets gemaakt van de scherven en de manier waarop ze
passen. De scherven worden met de hand perfect passend tegen elkaar gehouden
(dit vergt valkenogen) en daarna wordt het breukvlak op twee plaatsen aangestipt
met secondenlijm (de iets dikkere gel).
Blazen versnelt het drogen. Na tien seconden of meer zijn de druppeltjes hard en
is de verbinding gefixeerd.
Vervolgens worden de scherven licht verwarmd met een handföhn en worden de
breuken aangestipt met araldite. Aanvankelijk werd een zeer dunne injectienaald
gebruikt, maar die verstopt continu, zodat we overgestapt zijn op een dunne
houten prikker.
Hoe warmer het glas, des te beter trekt de lijm in de breuk. Bij kleurloos glas
is dat heel mooi te zien.
Daarna wordt het gelijmde deel in een oven geplaatst, die tot ongeveer 35 graden
wordt verwarmd. De uithardtijd wordt hiermee verkort tot een etmaal. Risico is
dan wel het vergelen, dat ontstaat door geforceerde polymerisatie en te weinig
zuurstofbinding. We hopen er het beste van.
Na het drogen worden de secondenlijm-druppels
met een scalpel afgesneden.
Dit gaat redelijk. Het glas kan dan al wat hebben want de araldite is een taaie
en heel sterke lijm.
Uiteindelijk worden zo de verschillende delen om beurten opgebouwd, tot het glas
compleet is. Op deze wijze zijn nu al drie kelkglazen, een beker, een grote
berkemeier (een type bekerglas) en een flesje gelijmd.
Problemen blijven er bestaan voor wat betreft de minuscule foutjes, die zich
kunnen wreken als je uiteindelijk de laatste stukken aan elkaar wilt zetten.
Ook het schoon werken is moeilijk, omdat de overtollige araldite heel moeilijk
is weg te vegen. Dat laatste kan weer
ondervangen worden door na afloop de aralditerestjes af te snijden met een
buigzaam scheermesje, dat gesloopt wordt uit een gilette (veel archeologen
hebben sowieso baarden).
De resultaten van het lijmen zijn tot nu toe
heel aardig.
Momenteel wordt er gelijmd aan een vroeg 17de eeuws flesje, waarvan de scherven
zo dun zijn als een vingernagel.
Het is trouwens ook mogelijk om de araldite te gebruiken als vulmiddel. Hiervoor
wordt een mal gemaakt, waarin de araldite wordt gegoten. Na het uitharden snijdt
men de oneffenheden weg en polijst men het oppervlak met een polijstpoeder. Dit
klinkt aardig maar grenst in de praktijk aan het onmogelijke. Probeer maar eens
een volledig gesloten gietvorm van een bol stukje glas te maken, dat een halve
millimeter dik is en ook nog een etmaal gefixeerd moet zitten. Toch is er al een
eerste probeersel gemaakt!
Tot slot enkele tips voor de lezers.
Als u archeologisch glas zelf wilt gaan lijmen, doe dat dan vooral niet. Laat
maar een kerstbal op de grond kapot vallen en raap tweederde van de scherven op
(als u ze nog kunt vinden). Probeer die vervolgens zonder plakband in elkaar te
puzzelen. Bedenk dan dat dit nog maar een voorbereiding van het lijmen is.
Succes!
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||