Pelgrimsinsignes

(Alexander van der Kallen)

Pelgrims insignes zijn misschien wel de mooiste metalen voorwerpen die bij archeologische opgravingen aan het licht kunnen komen.

Vele mensen gingen in de middeleeuwen op pelgrimstocht. De redenen hiervoor waren zeer verschillend. Sommigen ondernamen de lange tocht om de hulp van een bepaalde heilige in te roepen en te bidden bij diens heiligdom. Anderen gingen op bedevaart om een bepaalde heilige te danken voor een redding of genezing. Een enkeling werd op pelgrimstocht gestuurd als boetedoening voor een begane misdaad. Eén ding hadden alle pelgrims gemeen: ze ondernamen de tocht naar een heilige plaats en ze namen bijna altijd een pelgrimsinsigne mee naar huis, dus een soort souvenir.

Vaak werd het kleinood bevestigd aan de zogenaamde pelgrimsmantel, een mantel die de pelgrim tijdens zijn tocht altijd aan had en daardoor als pelgrim herkend werd.

Het insigne kon behalve als souvenir ook dienen als amulet. Men geloofde dat als de pelgrim voordat hij de terugtocht aanvaarde, met het insigne het reliekschrijn of het graf van de heilige zou aanraken, het de kracht van de vereerde heilige zou vasthouden en dit de pelgrim op zijn terugtocht tegen onheil zou beschermen.

Vrijwel alle pelgrimsinsignes zijn gemaakt uit een lood/tin legering en tonen in de meeste gevallen de vereerde heilige of een attribuut wat bij de betreffende heilige hoort. Behalve een legering uit lood en tin werden er ook insignes gemaakt uit koper, brons, zilver, verguld zilver en voor de echt rijke pelgrims zelfs uit goud. Af en toe werden ook organische materialen gebruikt. Dit was bijvoorbeeld het geval in Santiago de Compostella. De meeste insignes uit deze stad dragen een jakobsschelp en werden vervaardigd uit lood/tin maar ook uit git en been. Ook de jakobsschelp zelf werd tot pelgrimsinsigne gemaakt.

Omdat bedevaartsplaatsen op sommige dagen wel tienduizend pelgrims per dag te verwerken kregen en deze allemaal een insigne wilden hebben, werd het lood/tinnen pelgrimsinsigne al snel een massaproduct. Een pelgrimsinsigne snijden uit git kostte veel meer tijd en was derhalve ook een tikje duurder.

Lood/tinnen insignes werden gegoten in mallen van lei, speksteen en gedroogde klei omdat deze materialen makkelijk te bewerken zijn. Insignes van lood/tin komen verreweg het meeste voor om dat een legering van deze metalen een zeer laag smeltpunt heeft wat het gieten van de insignes makkelijker en vooral sneller maakt. Omdat er steeds sneller steeds meer insignes gemaakt werden ging de kwaliteit achteruit. Het aantal mislukte insignes ging omhoog maar door de grote vraag werden ook deze verkocht.

In Europa zijn tot nu toe circa 15.000 pelgrimsinsignes gevonden. Naar schatting komen er  hiervan circa 8.000 uit Nederland en het grootste deel hiervan is gevonden in Zeeland. De rede dat er in Nederland naar verhouding zoveel pelgrimsinsignes gevonden worden komt doordat de Nederlandse bodem nogal vochtig is. Wanneer een lood/tinnen pelgrimsinsigne in een vochtige, luchtdicht afgesloten omgeving, zoals de Nederlandse bodem, terechtkomt zijn de conserveringsomstandigheden ideaal.

Dit is waarschijnlijk echter niet de reden dat er in Bergen op Zoom bij archeologische opgravingen tot op heden geen metalen pelgrimsinsignes gevonden zijn. Als een lood/tinnen insigne wel in de bodem heeft gelegen maar helemaal weggeoxideerd is, laat dit altijd een hoopje witte tinpest achter. Ook dit is in Bergen op Zoom nog nooit gevonden.

Het enige fragment van een pelgrimsinsigne dat er tot nu toe bij een opgraving in Bergen op Zoom is gevonden is een fragment van een uit git gesneden kraal uit Santiago de Compostella versierd met jakobsschelpen. Deze kraal werd vorig jaar gevonden tijdens de opgraving achter de Rode Toren in een beerkuil welke heeft toebehoord aan de kanunnik van de Gertrudiskerk.


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmastervanderkallen@home.nl