|
|
Opgravingsbevoegdheid
(Marco Vermunt)
Volgens de
Monumentenwet mogen maar weinigen daadwerkelijk archeologisch onderzoek
uitvoeren: de Rijksdienst, Universiteiten en gemeenten, die daarvoor door de
Minister bekwaam geacht worden.
Vanaf de jaren '70 gingen steeds meer gemeenten aandacht schenken aan hun
bodemarchief en werden er archeologen aangesteld om onderzoek te doen. De steden
konden een bevoegdheid krijgen, mits ze voldeden aan een aantal voorwaarden. Zo
moest er een afgestudeerde archeoloog zijn, een assistent, een ruimte om
vondsten te bewaren, een vast budget en een beleidsplan waarin staat hoe men
omgaat met archeologie en ruimtelijke ontwikkeling. Lang niet elke gemeente kon
(en kan) hieraan voldoen. Tot voor kort waren er 35 gemeenten waar structureel
iets met archeologie werd gedaan, waarvan er 29 een bevoegdheid hadden. Bergen
op Zoom is nu de 30ste.
De archeologie
in de andere gemeenten is eigenlijk overgeleverd aan de inzet van de provincie
en de lokale amateurs.
Veel amateurverenigingen echter kunnen (en dus mogen) niet zelfstandig opgraven,
terwijl de provincie alleen aan de alarmbel hangt als er sprake is van
bedreiging van grote gebieden waar naar hun oordeel interessante zaken zitten
(zoals prehistorie of vroege middeleeuwen).
Inmiddels is
het hele systeem aan het veranderen.
Er zijn twee dingen aan de hand: ten eerste zal volgens het verdrag van Malta
binnenkort elke overheid (dus ook gemeente) verplicht zijn om aandacht te
schenken aan het archeologische erfgoed en zullen kosten voor onderzoek
afgewenteld worden op diegenen, die het bodemarchief schade toebrengen
(projectontwikkelaars, bouwers, maar ook gemeenten zelf). Ten tweede wordt het
vergunningenstelsel gewijzigd. Er zal steeds meer opgegraven gaan worden door
particuliere bedrijven, in opdracht van bijvoorbeeld gemeenten en ontwikkelaars.
De monopoliepositie die de Rijksdienst eerst had (en later het daarvan
afgesplitste bedrijf) zal worden doorbroken; de markt wordt opengesteld voor
gecertificeerde bedrijven. Wel zal er een soort van "archeologische
politie" in het leven geroepen worden om toezicht te houden op de kwaliteit
van het onderzoek en de uitwerking ervan. Of dit allemaal wel zo'n goede
ontwikkeling is voor het Nederlandse bodemarchief, zal overigens pas na jaren
moeten blijken. Velen vrezen straks voor hoge kosten op te moeten draaien en
daar weinig of niets voor terug te krijgen. Evenmin kan een jarenlange
opgebouwde kennis van gemeentelijke archeologen en universiteiten niet
"even" worden ingehaald door bedrijven, die primair uit zijn op
geldelijke winst.
Wat betekent
dit voor Bergen op Zoom?
We kunnen stellen dat we op tijd de vergunning "oude stijl" hebben
gekregen. De stad mag een eigen beleid voeren ten aanzien van de archeologie
(beslissen wanneer wel en wanneer niet opgegraven wordt) en zich de eigenaresse
van de bodemvondsten noemen. Het betekent in feite de bevestiging van een
situatie waar we al jaren aan werkten, een soort van kroon op het werk. Wel zal
er nog een beleidsplan verder uitgewerkt dienen te worden. Een andere mogelijke
positieve ontwikkeling van het veranderde bestel is samenwerking met een
buurgemeente. Roosendaal zou bijvoorbeeld kunnen aanhaken bij de vergunning van
Bergen op Zoom en onder speciale voorwaarden door Bergen op Zoom een opgraving
kunnen laten uitvoeren.
En wat
betekent het voor de amateur-archeologie?
In feite verandert er voor Bergen op Zoom niets. De Scherminckel groef, zoals in
het verleden, steeds onder toezicht van de Rijksdienst. Nu heeft (en had) ze een
ondersteunende rol bij de gemeentearcheoloog.. Maar landelijk gezien zijn de
gevolgen groot. "Noodonderzoek" op plaatsen waar gegraven zou worden
en waar verder geen enkele archeologische instantie tijd of interesse voor had,
werd meestal oogluikend gedoogd, afhankelijk van de mate van deskundigheid van
de plaatselijke amateurs. Wanneer onderzoek straks verplicht gesteld wordt,
zullen gemeenten zonder archeoloog eerder een gecertificeerd bedrijf inhuren dan
dat ze de plaatselijke vereniging of club opgravingen laten doen. Evenmin zullen
de bedrijven amateurs in gaan schakelen. Overigens is het nog onduidelijk welke
bouwprojecten allemaal "archeologieplichtig" gaan worden. Het kan dus
zijn dat er genoeg kleine (binnenstedelijke) projecten overblijven waar amateur-archeologen
wel een rol blijven spelen.
In de Bergse
situatie zal de ondersteunende rol van de SIDS alleen maar toenemen, aangezien
het "toezicht", voor zover dat überhaupt aan de orde is, vanuit de
gemeente zelf plaatsvindt. En dat is maar goed ook, want het is mede dankzij de
stimulerende en baanbrekende rol van de Scherminckel dat onze stad uiteindelijk
de bevoegdheid heeft binnen weten te halen.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||