|
|
Opgravingen achter de oude gasfabriek
In augustus is de opgraving
begonnen achter de voormalige gasfabriek, later de PNEM-kantoren, tussen de
Zuidzijde Haven en de Van Konijnenburgweg. De eerste fase van de opgraving is nu
voltooid en het is wachten op de verhuis van het ROC, voor we weer verder gaan.
Deze bijdrage doet verslag van de eerste resultaten.
Het onderzoek vindt plaats op een heel bijzondere plek in de binnenstad, op een
terrein met een bewogen geschiedenis. Wat is er hier in het verleden allemaal
gebeurd?

Het onderzoek concentreert zich achter de panden Zuidzijde Haven 27 tot en met
35.
Hier stonden de huizen “Tuin van Holland” (27), “Swaen”(29), “Drie
Haringen”(31), “Arend”(33) en “Drie Coningen”(35). Het Kabelstraatje werd
voorheen de Driekoningenstraat genoemd, naar het hoekpand nummer 35.
Al deze
huizen raakten met hun achtererf aan de stadswal en vest.
Deze vest wordt al
vroeg in de 15de eeuw genoemd en dat is een beetje mysterieus, omdat het hele
havenkwartier pas op het einde van die eeuw werd omwald. Waarschijnlijk was er
van tevoren al een soort gracht die het zuiden van het havengebied begrensde.
Direct ten zuiden ervan lag immers het Zuidland, en dat viel toen nog niet onder
de jurisdictie van Bergen op Zoom.
In de 16de eeuw is er sprake van een straatje tussen de Swaen en de Drie
Haringen.
Dit was onderdeel van de Swaen en bebouwd met kleine huisjes of “kameren”.
Later is het geheel “De poort van ’s Lands Welvaren” genoemd, naar “s Lands
Welvaren”, voorheen de Swaene. Ook achter de Drie Haringen stonden kameren en
loodsen, die bereikbaar waren via deze poort.
Majolicapottenbakkers
De Dubbelstraat en omgeving was sinds de 15de eeuw het terrein van de Bergse
pottenbakkers.
Toch waren er ook potmakers actief aan de Zuidzijde van de haven,
maar dan geen “gewone”.
In 1517 bekostigt het stadsbestuur een “nyeuwen
pothoven, die gemaect es om geleyerssche potten daarinne te backenen”. Voor ruim
20 pond werden metselaars en timmerlieden betaald, die aan de oven en het
ovenhuis werkten. Geleybakkers maakten geen gewoon rood aardewerk, maar
witbakkende keramiek, die beschilderd werd. De techniek was vanuit het oosten
naar Zuid-Europa gekomen en werd algemeen toegepast in Spanje en Italië. We
noemen dit aardewerk nu “majolica”, maar in onze archieven komt het steeds al
“geleyersgoed” voor.
Op het einde van de 15de eeuw kwamen Italianen naar
Antwerpen om daar majolica te gaan vervaardigen.
In de loop van de 16de eeuw
komen er ook majolicapottenbakkers in Nederland.
De oudste vermelding is in
Bergen op Zoom van 1517. De pottenbakker die met steun van de stad zijn beroep
mag uitoefenen, heet Lucas Raymonds. Misschien was hij ook van Italiaanse
afkomst.
Lucas woonde in de Steenbergsestraat, maar de kans is groot dat hij
zijn bedrijf achter de Zuidzijde Haven had.
In 1534 koopt zijn weduwe het pand
“de Drie Haringen”. Aan de zuidzijde van het erf werkt dan een andere geleybakker, een zekere Rocsijne. En in een iets latere verkoopakte van het pand
de Arend wordt ene “Peter de geleybakker” genoemd, die ook aan de zuidzijde zijn
werkplaats had.
Er worden in de archieven vóór 1550 nog twee andere
majolicabakkers genoemd, maar daarvan weten we niet waar ze werkten. Het heeft
er alle schijn van, dat deze speciale pottenbakkerijen op een kluitje bij elkaar
zaten aan de Zuidzijde van de haven.
Het maken van majolica was een heel andere techniek dan die van gewoon rood
aardewerk.
De klei was witbakkend en van elders afkomstig. Vaak werd ze vermengd
met de eigen rode klei. De potten werden gedraaid en in de oven gebakken tot een halfprodukt, dat “biscuit” genoemd werd. Daarna werden ze ondergedompeld in een
bad van tinglazuur en gedroogd.
Dan volgde een beschildering met overwegend
blauwe, rode en gele tinten.
Na een tweede droogbeurt werden de voorwerpen
ondergedompeld in een loodglazuurbad.
Daarna volgde het tweede bakproces in de
oven. Het bakken was riskant, want vuil in de brandstof zou roet veroorzaken en
dat gaf vlekken op het eindprodukt. Een door oververhitting kapotspringend stuk
zou veel andere voorwerpen ook kunnen beschadigen.
Dit alles was de reden dat
majolica duur was en uitsluitend werd gemaakt als sierprodukt, zoals kannetjes
en schotels.
Latere eeuwen
In de late 16de eeuw is geen sprake meer van
geleybakkers.
Achter de “Tuin van Holland” werd een brouwerij opgericht, die
lange tijd actief bleef. Dicht in de buurt zaten meer brouwerijen. Achter de
“Drie Haringen”, op het pas aangelegde bastion aan de stadsvest, werd na 1600
een smoutmolen gebouwd. Daar werd lijnzaad vermalen tot lijnolie.
Aan de vooravond van de industriële revolutie gaat het gebied aan de haven een
belangrijke rol spelen.
In 1858 werd vergunning verleend aan de firma Asselbergs
om een gasfabriek op te richten aan de Zuidzijde Haven. Een concessie werd
verleend voor de duur van 20 jaar.
In 1877 ging de fabriek over in handen van de
gemeente.
In de 19de eeuw was de gasfabriek nog bescheiden van omvang.
Ze bevond
zich ten zuiden van de "Poort van 's Lands Welvaren", die dicht bebouwd was met
arbeidershuisjes en berucht was vanwege armoede en gebrek aan hygiëne. Er was
geen riolering en bijna geen daglicht.
In 1866 brak er een cholera-epidemie uit,
die uiteindelijk een landelijk onderzoek ten gevolge had, gericht op de
schadelijke gevolgen van mest en uitwerpselen op drinkwater.
Aan de westzijde grensde de gasfabriek aan de Kabel- of Driekoningenstraat, aan
de oostzijde aan private erven en aan de zuidzijde aan de toen nog bestaande
stadsomwalling. Op een oude foto is nog juist een gashouder zichtbaar.
Het gas werd gewonnen uit de verhitting van kolen.
Na de slechting van de wallen kreeg de fabriek de kans om zuidwaarts uit te
breiden tot aan de Wittoucksingel, zoals het oostelijke deel van de Van
Konijnenburgweg toen nog heette.
Aan de eigen gasproduktie kwam een eind door de ontdekking van gasvoorraden in
het noorden van ons land en het oprichten van een distributienet van aardgas.
De
oude gebouwen gingen in 1974 en 1976 tegen de vlakte en werden vervangen door de
bestaande kantoren en werkplaats voor de PNEM.
De gasbollen werden opgeruimd en
zo ontstond de huidige binnenplaats. Tegelijk werden de panden 27 tot en met 31
opgeknapt en ingericht als kantoor. Typisch voor het terrein is nu het
hoogteverschil tussen deze panden en het achterplein, in feite nog een relict
van de oude stadswal en een egalisatie vanwege de 19de eeuwse gasfabriek.
Een
ander, niet zichtbaar relict, is de vervuiling ten gevolge van 100 jaar
gasproductie. Dit is de aanleiding voor een grootschalige sanering die
binnenkort aanvangt.
De vondsten
Het onderzoek is tot nu toe beperkt gebleven
tot het achtererf van het pand “Swaen” (nummer 29).
Op het kleine achtererf zijn
enkele kuilen uit de 14de en 15de eeuw gevonden, en een interessante grote
beerkuil uit de late 15de eeuw. Achter op het erf stond een loods of gebouw met
daarin een pottenbakkersoven.
Het is geen oven zoals die bekend zijn uit andere
opgravingen in de stad. Die ovens waren rond of ovaal en hadden aan twee kanten
stookgaten. Hier had de oven een vierkant plateau en twee rechthoekige
stookgaten van elk ongeveer 2 meter lengte. Het is niet duidelijk of het om één
oven gaat of om twee kleintjes.
De ovens stonden in een vertrek 5 bij 4 meter.
Het lijkt erop, dat hier het vuur niet vanaf de zijkant naar het aardewerk ging,
maar rechtstreeks omhoog. In de gangen werden heel veel stukken van gebogen
stenen gevonden, die vermoedelijk een rooster vormden tussen het stookgat en de
erboven geplaatste ovenruimte. In dat geval is sprake van een “staande oven”,
zoals die ook door Italiaanse majolicabakkers werden gebruikt. Het zou hier dan
gaan om twee kleine oventjes naast elkaar. De Italiaanse ovens waren doorgaans
maar 1,5 bij 2 meter groot, maar wel meer dan twee meter hoog.
Toen de ovengangen werden uitgegraven, kwamen er behoorlijk veel scherven van
mislukt aardewerk tevoorschijn.
Helaas geen majolica, maar 17de eeuws rood
aardewerk! Ook de stenen van de oven waren van een formaat, dat nog niet in de
16de eeuw werd gebruikt. Alles wees er op dat hier in de 17de eeuw een
potmakerij was geweest. Deze wordt in het boek “Tussen hete vuren” van Corneel
Slootmans en Louis Weijs wel terzijde even genoemd, maar tot op heden is het
niet gelukt om te achterhalen waar Slootmans deze vermelding vandaan heeft. In
de 17de eeuw waren er enkele “afvallige” potmakers, die aan de Zuidzijde Haven
werkten of wilden gaan werken. Dit tot groot ongenoegen van hun collega’s aan de
overkant, die alle bedrijven gecentreerd wilden houden.
Tijdens de opgraving werd ontdekt, dat de oven ooit was gerepareerd.
Onder de
stookgangen werden oudere vloeren en wanden van grotere stenen gevonden. In de
gang lag ook één scherfje van biscuit-majolica, een stukje van een schotel.
Toen het PNEM kantoor in 1976 werd gebouwd, heeft de heer Van Opdorp uit
Hoogerheide er enkele fragmenten majolica verzameld, dat duidelijk mislukte
(verbrande) stukken waren.
Die lagen op een paar meter afstand van de oven. Dit
zijn sterke aanwijzingen dat de door ons gevonden oven toch oorspronkelijk een majolica-oven is geweest, die na een periode van onbruik en verval in de
Tachtigjarige Oorlog (de Swaene is in 1600 helemaal opnieuw opgebouwd), later
door een Bergse pottenbakker is opgelapt en opnieuw in gebruik is gesteld.

Dat er verder geen misbaksels zijn gevonden, is niet zo vreemd omdat de loods
aan alle kanten behalve de zuidzijde werd omsloten door andere erven. Misschien
werd het meeste afval in de stadsvest gegooid.
Vanwege het tijdelijk weer gebruiken van de parkeerplaatsen is de opgraving even
stilgelegd.
De oven is afgedekt met plastic en zal later nog eens worden
bekeken. Als het echt een majolica-oven is geweest, is het een primeur voor
Nederland en een echt bewijs voor de vroegste Bergse productie.
Er is al veel
mineralogisch onderzoek gedaan naar majolica uit Antwerpen, Utrecht en Engeland,
en dit zou dan uitgebreid kunnen worden met materiaal van Bergen op Zoom.
Wellicht is er kans om ook achter de Drie Haringen en de Arend resten van ovens
te vinden, of beter nog, misbaksels.
Dat is ook de reden dat de toekomstige
sanering van het hele terrein nauwlettend archeologisch begeleid zal gaan
worden.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||