De tweede onderzoekssleuf onder de veilinghal bracht de resten aan het licht van een rechthoekig kelderfragment, 4 bij 6,5 meter groot.
Het was het onderste gedeelte van een bakstenen kelder met vloer van rode plavuizen. Het baksteenformaat bedroeg 4x9x18,5 centimeter. Van de opgaande muren was slechts 80 centimeter hoogte bewaard. Of de kelder oorspronkelijk overwelfd was, kon niet worden vastgesteld. Het westelijke einde van de kelder was gesloopt bij de afgravingswerkzaamheden in de jaren '60. In de vulling van de kelder bevond zich behalve puin ook enig keukenafval, zoals botten, aardewerkscherven en glas, te dateren in de 17de eeuw.
Ten noorden van de kelder werd een diepe rechthoekige kuil gevonden, gevuld met lagen zand, puin en afval. In de onderste vulling bevonden zich veel aardewerkscherven, bot en glasresten. Een gedeelte van de inhoud is voor datering en onderzoek leeggegraven. Het vondstmateriaal dateert voornamelijk uit de 18de eeuw. Naast het gewone gebruiksaardewerk en glas werden er ook metalen objecten zoals kledinghaken, musketkogels en uniformknopen gevonden.
 
De kelder hoort ongetwijfeld bij een gebouw, dat in de 17de eeuw op het middenterrein van het fort stond.
Te denken valt aan een woning of soldatenverblijf. Waarschijnlijk behoorde het eerder genoemde trapkeldertje, dat een precies dezelfde oriëntatie had, ook bij dit gebouw. De kuil is mogelijk een beerput geweest van een latrine, die in of naast het gebouw lag. Deze was in de 18de eeuw nog in gebruik.

De derde onderzoekssleuf onder de voormalige veilinghal leverde geen sporen van betekenis op.
Wel werden er enige ondiepe greppels gevonden, die van het zuidwesten naar het noordoosten gericht waren. Mogelijk gaat het hierbij om de onderkanten van sloten of perceelsscheidingen van vóór de bouw van het fort in 1628, toen het terrein misschien beboerd werd.

De grachten
Nadat eenmaal was vastgesteld dat er van de oorspronkelijke bebouwing op Fort Moermont weinig sporen meer te verwachten waren, verschoof de aandacht naar de omgrachting rondom de hoofdwal.
De graafmachine groef zeven lange sleuven om de taluds van de gracht in beeld te brengen. De gracht kwam telkens aan het licht als een schuine ingraving in het schone zand. De helling aan de fort-zijde was heel duidelijk aanwezig. De tegenovergelegen helling (het grachttalud aan de landzijde) werd teruggevonden op ruim 30 meter afstand. De bodem van de gracht lag naar schatting 2,5 meter onder het huidige maaiveld. Het graafwerk maakte ook duidelijk dat het fort op een kleine zandrug was gebouwd, omgeven door drassige lage gronden.

In oktober kon met behulp van de proefsleuven het verloop van de gehele noordoostelijke bastionpunt in kaart worden gebracht.
Aanvullende grondboringen leverden de gedetailleerde contourlijnen van het bastion op. De zuidoostelijk bastionpunt was helaas behoorlijk vergraven in de jaren '60 en in het begin van de sloopwerkzaamheden. Dit gedeelte kon slechts globaal worden getraceerd.

Het onderzoek bevestigde dat het fort precies voor de helft op het veilingterrein lag.
De maximale omvang van noord naar zuid bedroeg 165 meter, inclusief de grachten. Duidelijk is nu ook, dat op de kadastrale tekening van 1825 alleen de bodem van de grachten staat weergegeven en niet de eigenlijke breedte, gerekend vanaf maaiveldhoogte. Fort Moermont was kleiner dan fort De Roovere en iets groter dan Fort Pinssen. De zandwallen waren ongeveer 22 meter breed.
Het middenterrein besloeg ongeveer 60x60 meter. Hiervan ligt de helft onder het veilingterrein en de andere helft onder de straat ("Fort Moermont") en de nieuwbouwwijk Meilust. Helaas kon van de oorspronkelijke bebouwing, bestaande uit (houten?) soldatenbarakken en bakstenen behuizing, alleen het noordoostelijke gedeelte in beeld worden gebracht. De inrichting lijkt noord-zuid georiënteerd te zijn geweest, met een brede sloot die de terre in twee helften deelde. Dit wijkt merkwaardigerwijs af van de situatie zoals weergegeven op enkele 18de eeuwse kaarten, waar de oriëntatie van de gebouwen en de sloot oost-west is.

Ten aanzien van de archeologische waarde van het terrein moet jammer genoeg gezegd worden, dat er weinig meer in situ aanwezig is.
De enige resten van betekenis zijn thans nog de dichtgeschoven grachten en de noord-zuid gerichte sloot op het middenterrein. Desondanks vormen deze grachtrestanten, hoewel niet meer zichtbaar, toch een relict van het Fort Moermont.
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het zinvol om de herinnering aan het verdwenen fort levend te houden. Dit zou kunnen indien er bij de herinrichting van de ruimte gekozen wordt voor een indeling en/of vormgeving, die refereert aan de vorm van de omgrachting. Te denken valt aan een ruimtelijke uitleg (wegen, straten, bebouwing en groenvoorziening) die de vorm van het fort weergeeft.
Ook is het denkbaar om het reliëf van de voormalige wallen in beperkte mate terug te brengen in het terrein. Het op creatieve wijze hergebruiken van het relict Fort Moermont zou zeker goed passen in het thans lopende project "Westbrabantse Waterlinie". Dit project streeft naar het herstel en de versterking van de belevingswaarde van de gehele linie, van het Ravelijn tot aan fort Henricus in Steenbergen.


Naar de vorige pagina

Terug naar het begin van deze pagina

Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl