|
|
De Grebbe
( Marco Vermunt )
Het
Canal Grande van Bergen
Verstopt
onder de grond en bijna 700 meter lang, behoort de Grebbe tot een van de
grootste gebouwde monumenten van de stad.
Nooit had iemand erg in de cultuurhistorische aspecten van de Grebbe, totdat de
equipe van de afdeling archeologie eind 1998 erin afdaalde en een gedeelte ervan
nauwkeurig ging onderzoeken, fotograferen en beschrijven. Onderzoek in een oud
riool? Nee, met de Grebbe is meer aan de hand. Haar geschiedenis voert ons terug
tot de vroege 13e eeuw, op een moment dat Bergen op Zoom nog een onbeduidende
nederzetting was.
Om
aan periodieke wateroverlast in het laaggelegen centrum (Vierkantje en omgeving)
een einde te maken, werd een kanaal gegraven dat de oostelijke venen verbond met
wat nu de binnenhaven is, maar destijds een natuurlijke kreek. De Grebbe (het
woord is verwant met “greppel” en “graven”) was van oorsprong dus een
drainagekanaal.
Zijtakken drongen door tot enkele veenputten, zoals de Vuilbeek bij het
Gouvernement en waarschijnlijk nog drie andere in het gebied van het Vierkantje.
In
het oosten sloot de Grebbe aan op de veengronden van de “Noort” en de ‘Meeren”.
Hoe breed het oorspronkelijke kanaal was, is niet bekend. Er is nog nooit
archeologisch onderzoek naar de Grebbe gedaan. Wel weten we uit opgravingen dat
de Vuilbeek aanvankelijk een meter of vier breed was en ongeveer anderhalve
meter diep.
In
de beginperiode stroomde de Grebbe als open water, voorzien van houten
beschoeiing of met schuine oeverkanten, door een vrijwel onbebouwd terrein. De
toenemende moernering vanaf 1260 gaf aan de Grebbe een nieuwe dimensie.
De Moervaart werd gegraven, een veenontginningskanaal tussen de stad en de
moeren ten zuiden van Wouw. Over dit kanaal werd de turf met trekschuiten naar
de stad geleid, alwaar het via de Grebbe de haven bereikte. Daar kon het per
schip naar de klanten vervoerd worden, vooral Vlamingen.
In
de 15e eeuw werd de Moervaart verlengd tot bij Essen.
In 1429 sloot de stad een overeenkomst met turfstekers, waarbij het stadsbestuur
zorg moest dragen voor een goede werking van de Grebbe, met name de daarin
bevindende spuien. Deze dienden immers om voldoende water in de turfvaarten te
houden. Een tekst uit 1448 maakt duidelijk dat de stad alleen geld wilde steken
in de goede doorvaart als de turf uitsluitend in de Bergse haven verkocht zou
worden. Zo werd de Grebbe dus tegelijk een moervaart: de Moeregreb.
De gecontroleerde inlaat van zoet water in de stad bood nog een ander perspectief, vooral in de 14e eeuw; lakenvolders, blekerijen en bierbrouwerïjen maakten gebruik van het oppervlaktewater en streken neer in het noordoosten van de stad. Vanwege het ontbreken van veel bebouwing werd er nog nauwelijks vuil in de Grebbe geloosd; bovendien zorgde een sluis bij de Geweldigerstraat voor een scheiding tussen het schone water en het vuile van het stadscentrum. Ook was er toen nog nauwelijks getij in de Haven.
Aan dit alles moet een einde gekomen zijn na het midden van de 15e eeuw. Uit geschreven bronnen weten we dat het met de volders en aanverwante industrieën in het noordoostelïjke stadsdeel bergafwaarts ging. Daarnaast rukte de bebouwing steeds verder op langs de oevers van de Grebbe. Dit ging uiteraard gepaard met toenemende vervuiling van het water. Uit opgravingen bij Het Markiezenhof blijkt dat de Grebbe er rakelings tussen de gebouwen doorstroomde en nog maar drie meter breed was.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||