|
|
Enkele
bijzondere Romeinse vondsten van de Parade
De opgraving op het Thaliaplein is af.
De twintigste werkput bij de kiosk sloot aan op de tweede put uit 2002, zodat
het plein letterlijk rond is gegraven. Alleen bij de verwijdering van de kiosk
zal er nog onderzoek gedaan worden naar de Romeinse laag die er onder ligt.
Onze hypothese dat er in de Romeinse tijd een
klein moeras was, waarin passerende reizigers en handelaren offergaven wierpen,
wordt bevestigd door andere archeologen.
Helaas is het niet gelukt een aanwijzing te vinden voor een tempeltje of
heiligdom. De grond aan de oever van het ven is namelijk in de late middeleeuwen
helemaal geëgaliseerd en doorploegd.
In
de laatste put kwam een leuke vondst tevoorschijn: een randfragment van een kom
of schaal, versierd met een leeuwenkop.
Het gaat om zogenaamde "terra sigillata", dat is aardewerk van wit- tot
roodbakkende klei, die ondergedompeld werd in een rode kleipap. Vaak is het
aardewerk versierd met reliëfs. De pottenbakker draaide de pot in een holle vorm
waarin versieringen waren uitgesneden. Nadat de klei wat gekrompen was, kon de
pot uit de vorm gehaald worden en in de kleipap gedompeld worden.
Ons fragment is van een wrijfschaal, waarin kruiden of zaden werden fijngemalen.
De bek van de leeuw heeft een gaatje, in de vorm van een schenktuit. Meestal
zijn wrijfschalen gemaakt van een andere kleisoort, gemagerd met kiezels.
Deze schaal is wat zeldzamer omdat terra sigillata normaliter niet zo geschikt
is als wrijfschaal. Het type is Dragendorff 45, genoemd naar de Archeoloog Hans
Dragendorff die in 1894 als eerste deze typische keramiek bestudeerde en
classificeerde.
Vergelijkbare schalen met leeuwenkoppen zijn onder meer gevonden in Arentsburg
en in Wallonië. Terra Sigillata werd aanvankelijk in Italië gemaakt, later ook
in Zuid- en Midden Frankrijk en het Boven-Rijngebied in Duitsland. Mogelijk komt
dit exemplaar uit een atelier in Rheinzabern. Het type Dragendorf 45 wordt
gedateerd tussen globaal 170 en 230 na Christus. Aangezien het hier om een
offerplaats gaat, kan de schaal ooit gevuld zijn geweest met een of andere
vloeistof of voedsel.
Een ander goed te dateren
vondst is een fragment van een oor van een grote amfora.
Amfora's of twee-orige kruiken werden gebruikt voor het transport van
vloeistoffen zoals wijn en olijfolie. Ze varieerden in grootte van 30 cm tot wel
2 meter.
Ons oorfragment is van een vrij groot model, ruim anderhalve meter hoog, dat
Dressel 20 genoemd wordt, naar de archeoloog Heinrich Dressel die de
verschillende typen classificeerde. Dit type heeft een puntige bodem zodat de
amfoor alleen in een mand of kuil geplaatst kon worden.
Vaak waren de oren van de grote amfora's voorzien van een stempel. Ons
oorfragment heeft het stempel "PCHO". Het kan een afkorting zijn van de
pottenbakker Publius Caecilius Hospitalis, of Honestatus.
Amforen met hetzelfde stempel zijn bekend uit 12 andere vindplaatsen, waaronder
Rome, Bavay en Colchester. De PCHO- amforen komen uit een pottenbakkerscentrum
in Andalusië (het Romeinse Baetica), de vallei van Duadalquivir bij Sevilla,
waar ruim 140 identieke stempels gevonden werden. De datering ligt tussen 145 en
161 na Christus (met dank aan Patrick Monsieur voor de determinatie).
Deze goed te dateren vondsten verschillen wat
betreft ouderdom niet veel van de meeste munten van het Thaliaplein: midden en
tweede helft van de tweede eeuw na Christus.
Er zijn nog andere vondsten die preciezer gedateerd kunnen worden, maar er
worden geen sterk afwijkende dateringen meer verwacht. Dit betekent dat de
offerplaats toch teminste gedurende een lange tijd in gebruik was.
Het blijft gissen naar de godheid aan wie de offerplaats (en mogelijk tempeltje)
was gewijd. Het zou kunnen gaan om Mercurius, god van de handel. Blijkbaar was
het de gewoonte om vooral munten en miniatuur-amforen te offeren, beiden
typische symbolen van handel.
|
|
||
|
Deze pagina's zijn het beste te bekijken in 1024*768. Laatste wijziging op 12-12-2005. Webmaster vanderkallen@home.nl |
||